iOS:
Bewaar als app -> Kies “Zet in beginscherm” en klaar!

Android:
Bewaar als app-> Kies “Toevoegen aan beginscherm”

Windows:
Bewaar als app-> klik op “Aan start vastpinnen”

loader

Aanmelden voor:

nieuwsbrief, lezersaanbiedingen, speciale acties etc.
Het nieuws van dichtbij

Rubriek Column

Even ridder zijn Hot icon

Even ridder zijn

Laten we het eens níet hebben over voornemens. Want voornemens zijn hartstikke saai. Tenminste, om over te praten. Leuk, dat je meer wilt gaan sporten of gaat stoppen met roken. Echt, leuk voor je! Maar a) waarom moeten voornemens altijd wachten tot 1 januari, en b) er zijn weinig dingen in de wereld die minder interessant zijn dan jóuw voornemens, en c) waarschijnlijk ga je ze niet eens waarmaken.

Spellen, dáár ga ik het over hebben. Ik hou namelijk van spellen. Het werkwoord en het zelfstandig naamwoord. In plaats van pochen dat ik zonder te spieken weet hoe je ‘przewalskipaard’ moet spellen wil ik het over bordspellen hebben. Het soort dat je ‘s avonds na een koude winterdag op tafel legt. Het soort dat je samen met anderen speelt. Het soort dat ik ontzettend graag speel, maar te weinig doe.

Kijk. Ik houd van ‘dingen spelen’, van bordspellen tot videogames. Ik hou ervan om mezelf onder te dompelen in een andere wereld en die me eigen te maken. Ontdekken, meemaken, beleven. Een bordspel kan dat net zo goed als een game. De setting van een spel is niet meer dan de bakermat waarop jij je fantasie en inlevingsvermogen los kunt laten. Speel je dat je een ridder bent of vóel je je ook echt die ridder?

Spellen hebben me door de jaren heen veel geleerd. Dat je beter weet waar je heen gaat als je een doel voor ogen hebt, maar dat je daar nog niet zomaar bent. Over het belang van samenwerken en communiceren, zelfs met mensen die datzelfde doel voor ogen hebben en je later zullen dwarsbomen. Dat het goed is om de wereld eens door andere ogen te bekijken. Dat je soms wint en soms verliest, en dat dat prima is.

Spellen brengen mensen samen. Dat vind ik misschien nog wel het mooiste van alles. Dat je je vrienden weer ziet en dat je samen iets onderneemt. Spellen verbroederen. Games zullen dat nooit voor mij doen; het is een goed gespreksonderwerp, maar je doet het uiteindelijk alleen. Samen spelen gebeurt tegenwoordig veel vaker online dan op de bank. Oké, mijn vriendin helpt me af en toe met een puzzel als ik vast zit in een game. Maar echt samen gamen doe ik zelden. Om spellen te spelen zul je van je bank af moeten om spelers te ontmoeten. En dan ga je samen op avontuur.

Daar hou ik van. Maar ik doe het te weinig. Omdat er altijd wel iets is. Omdat we steeds minder tijd en steeds meer verantwoordelijkheden hebben. Omdat het makkelijker is om op de bank te hangen. Het is leuk om series met ridders te kijken, maar af en toe wil je er toch gewoon zelf eentje zijn? Dus misschien heb ik toch wel een voornemen: vaker spellen spelen. Want in dat opzicht zijn voornemens en spellen hetzelfde; je kunt er wel over blijven praten, maar je kunt het beter gewoon dóen.

Appongeluk Hot icon

Appongeluk

Even terugblikken op 2017… Woord van het jaar werd ‘appongeluk’. Ja, we weten het ondertussen wel: al dat gewhatsapp in het verkeer is levensgevaarlijk. Toch weerhoudt dat velen van ons er niet van, het te blijven doen. We appen ons letterlijk een ongeluk!

Het is dan ook een kwestie van tijd voordat er strengere straffen komen voor dit gedrag. Nou helpt dat op zich niet veel, wij Nederlanders zijn niet zo onder de indruk van straf. Maar voor sociale druk zijn we wél gevoelig. En ook die zal er komen, net zoals dat is gebeurd rond het gebruik van alcohol in het verkeer.

Een veilige uitweg uit het onveilige gewhatsapp in het verkeer, is het openbaar vervoer. Gelukkig heb ik nog geen enkele buschauffeur onder werktijd zien appen, onderwijl een volle bus besturend. En zo kun je als passagier toch gewoon blijven appen, terwijl je veilig van A naar B komt. Ook de kans dat iemand anders jou doodrijdt door middel van een appongeluk is niet groot: de bus is robuust, je bent redelijk veilig.

Had ik het voorgaande nét opgeschreven, lees ik zojuist op teletekst dat een buschauffeur is betrapt op… het doen van een gokspelletje op zijn telefoon. Jazeker, tijdens het rijden. Saillant detail: dit was gefilmd door een passagier, ook met de smartphone natuurlijk. Gelukkig werd deze chauffeur betrapt en zal op zijn minst flink gewaarschuwd worden.

Zelf ben ik niet zo van het gebruik van de smartphone in de bus. Daarin sta ik tamelijk alleen. Gisterochtend nam ik de bus en bevond mijzelf te midden van medemensen die bijna zonder uitzondering op hun telefoon zaten. Nu ben ik die ene Nederlander zonder facebook (ik heb het al vaker gezegd hier), in die zin ben ik dan ook sociaal gehandicapt.

Dat is een bewuste keuze: al in het begin van de opkomst van facebook werd duidelijk dat dit bedrijf niet uit menslievendheid gegevens over je verzamelt. Ik nam die kritiek serieus en nam dus geen account, wat ik tot op heden volhoud. In die kritische houding sta ik niet alleen. Een voormalig topman van het bedrijf waarschuwde vorige week voor zijn voormalige werkgever. Het speet hem dat hij deel had uitgemaakt van dit bedrijf, dat willens en wetens mensen verslaafd maakt aan sociale media.

Hoewel dit laatste natuurlijk een echt voorbeeld is van krokodillentranen, is dit toch wel veelzeggend. De man waarschuwde ook voor de ‘verkokering’ die optreedt als iedereen via facebook contact heeft met zijn eigen ‘bubbel’, een kringetje van gelijkgestemden (het woord ‘filterbubbel’ stond overigens ook op de lijst van genomineerde woorden!). Hierdoor worden mensen kwetsbaarder voor nepnieuws, ofwel – met een prachtig woord waarvan ik dacht dat het Kempisch was, maar het blijkt gewoon ABN – ‘eenkennig’.

Zelf vraag ik me als kritisch opgeleid wetenschapper af, wat mijn eigen rol is in dit geheel en de rol van het bedrijf waar ik werk. Dat bedrijf is een belangrijke spil in het mogelijk maken van informatietechnologie, en daardoor medeverantwoordelijk voor het bestaan van de Googles en Facebooks van deze wereld.

Zoals vaker zitten daar meerdere kanten aan. Want met behulp van diezelfde informatietechnologie kunnen we zelfrijdende auto’s maken; en die zijn veel veiliger dan auto’s die bestuurd wordt door een mens, zelfs als deze laatste níet zit te appen… Je kunt dus zeggen dat de informatietechnologie onder de streep leidt tot meer veiligheid! Hoewel we onszelf dus in 2018 en waarschijnlijk ook de jaren daarna nog letterlijk een ongeluk zullen appen, is dat probleem waarschijnlijk van voorbijgaande aard.

Of dat ook geldt voor de ‘facebookverkokering’, is nog maar de vraag. Ik vrees van niet. Hoeveel technologie we er ook tegenaan gooien, het voorkomen van de stompzinnige beperking tot je eigen bubbel door (overmatig) facebookgebruik, zullen we echt zelf op moeten lossen. In het sociale verkeer, in plaats van op de weg. Anders gezegd: over een aantal jaar zal het letterlijke appongeluk weer verdwijnen. Maar als we niet oppassen, blijven we onszelf figuurlijk in het ‘appongeluk’ storten. Mijn advies: kijk eens om je heen in de bus en maak een praatje. Veel geluk in 2018!

Denkend aan 2017 Hot icon

Denkend aan 2017

Had jij in 2017 het idee ineens te weten hoe je de wereld kunt veranderen? Ik had dat toen ik een artikel las van Ulrike Guérot, een Duitse politicologe. Ze vraagt zich af of de huidige natiestaten op ons continent hun langste tijd gehad hebben. Niet dat ze er iets tegen heeft maar de uitwassen zijn zo talrijk dat je je kunt afvragen of de beginselen van de democratie nog prioriteit hebben. Als je democratie vertaalt als “wat de meerderheid wil is wet” kom je niet altijd gedraaid. Als de minderheid erg groot is, dan kom je in de problemen. Dat bewijst het recente verleden.

Er is in Nederland een regering geformeerd waarvan zo rond de helft van de kiesgerechtigden het mee eens zou moeten zijn. De betrokken partijen bij het akkoord hebben ten opzichte van hun eigen voornemens concessies moeten doen anders is het land niet te besturen. Je kunt je dan afvragen of er nog een echte meerderheid is overgebleven voor de plannen. De vraag is verder hoe er wordt omgegaan met die hele grote minderheid. Al is de meerderheid nog zo klein, ze heeft de wet aan haar zijde.

Catalonië is momenteel het strijdtoneel van democratische discussies en dat is heel voorzichtig uitgedrukt. Mogen de Catalanen over hun eigen lot beslissen of niet? De democratie zegt “Nee”. De wil van de meerderheid in heel Spanje heeft dat dichtgetimmerd in de grondwet.
Hetzelfde speelt bij de Brexit. De meerderheid is klein terwijl een grote bevolkingsgroep als de Schotten bij de EU wil blijven.

Hoe zou dit in Nederland uitpakken? Stel je voor dat er in Noord-Brabant een overwegende mening heerst dat de provincie zelfstandig moet worden van Nederland. Er bestaan kleinere landen die door iedereen worden erkend. Noord-Brabant is 5000 vierkante kilometer groot en er wonen 2,5 miljoen mensen. Luxemburg is 2600 vierkante kilometer groot en er wonen 600.000 mensen. En wat dacht je van San Marino met zijn 61 vierkante kilometer en 31.000 inwoners? Waarom Brabant dan niet? Zouden wij het democratisch vinden als het niet door zou kunnen gaan omdat de Hollanders, de Friezen en de Limburgers dat tegenhouden? Daar kun je grote vraagtekens bij zetten als direct betrokken Brabanders.

Je kunt je met Ulrike Guérot afvragen wat landsgrenzen betekenen. Die zijn veelal ontstaan door oorlogen. Een mooi voorbeeld is de grens tussen Nederland en België. Die is ontstaan omdat men in 1648 na tachtig jaar oorlog eindelijk vrede wilde en de gebieden verdeelde volgens de situatie van dat moment. Daar heeft niemand om gevraagd. Brabant, en ook de Kempen, werd in tweeën gedeeld. Het volk van toen is niet naar hun mening gevraagd. Het laat zelfs nog onverlet dat Brabant voor een groot deel door veroveringen is ontstaan.

Als we voor de Europese samenwerking eens met Ulrike gaan vaststellen wat we samen moeten regelen, wat we regionaal samen kunnen regelen en waar bevolkingsgroepen zelf over kunnen beslissen. Tja, dan is het inderdaad de vraag wat landsgrenzen nog betekenen. Laten we die vraag meenemen naar 2018.

Verwachtingen Hot icon

Verwachtingen

Samen met pup Finn loop ik dagelijks een rondje in de buurt. Overal zie ik de kerstbomen en de versierselen weer verschijnen. Het wekt de indruk alsof het overal heel gezellig en knus is. Ook de kerstfilms, de gezellig aangeklede winkels, de kerstliedjes op de radio en de folders met kerstcadeaus lijken te beloven dat het allemaal écht gezellig gaat worden.

Vaak is de werkelijkheid anders. En zijn er veel verwachtingen; dat het gezellig zal zijn, dat er geen overtogen woord zal vallen en dat er geen teleurstellingen zullen zijn. We dromen een paar dagen zelfs van een wereld zonder oorlog, racisme en armoede. Op normale dagen doen we ons eigen ding en dat werkt voor de meesten onder ons het best. Alles is anders met de feestdagen en dat zorgt voor spanningen en verwachtingen.

Een wandeling, een mooi boek en wat sfeervolle muziek. Een goed glas wijn, een smakelijk bord eten, wat lampjes in een kerstboom en een paar lichtjes op tafel. Samen met de mensen waar ik van houd. Dat lijkt me prima en meer dan genoeg. Of heb ook ik dan te veel
verwachtingen?

Ik wens iedereen bijzonder weinig verwachtingen, fijne feestdagen en een gezond en gelukkig 2018!

 

Onze tuin Hot icon

Onze tuin

Bent u ook selectief dierenvriend? Bij ons worden mezen, vinken, merels, tortelduifjes en mussen volop vertroeteld. Dagelijks mogen ze komen voor hun vogeldiner. Ook de eekhoorn is hartelijk welkom. Die heeft al heel wat potten pindakaas leeggegeten en vindt het
dagelijks portie noten ook verrukkelijk. De tortels hebben al jaren besloten hun verblijfplaats bij ons in de tuin te houden. Of ze hun woonst doorgeven aan de kinderen of dat ze zelf trouw blijven aan hun roots, dat is niet bekend. Wij zien het onderscheid niet tussen die duiven. Sinds kort zit er zelfs een zwaluwpaar bij ons onder de pannen. We genieten er van, zeker als de vogels ’s avonds een concert verzorgen. Hoewel we wel beter weten, maken we onszelf wijs dat het een dankbaarheidsconcert is.

We krijgen ook regelmatig bezoek van wilde konijnen. Het probleem met die dieren is dat ze zelf bepalen wat voor voedsel ze zullen verorberen. Daarom zijn die beesten minder welkom en dat is heel zacht uitgedrukt. Regelmatig kunnen we op zoek naar planten en groente die we toch echt in onze tuin hebben gezet. Ik wil ze vangen en in de bossen loslaten maar ik ben geen goede stroper. Het lukt me niet ze te vangen. Als een dergelijke bekentenis twee of meer generaties terug was gedaan, werd je uitgelachen. Een Kempenaar die het moet afleggen tegen konijnen was in die tijd “not done.” Dan moest je je diep schamen. Stropen zat toen nog in de genen van de Kempenaar. Het was een sport waar alleen aan mis was dat het niet mocht maar het was een algemeen geaccepteerd tijdverdrijf.

We hadden muizen die via de spouw de weg naar onze voorraadkast wisten te vinden. Ook die beestjes waren niet welkom. We hebben de weg versperd. Kom nou, vieze muizen bij ons eten, dat pikken we niet.

Zo komen er ook al regelmatig eksters in onze tuin. Ik verdenk ze ervan dat ze jonge tortels hebben gebruikt als voedsel. Dat nemen we ze niet als dank af, ze zijn niet meer welkom en horen al lang niet meer tot onze lievelingsgroep. Onze tuinfavorieten het leven zuur maken en zelfs doden, dat accepteren we niet als heersers over ons grondgebied. Ze moeten wegblijven.

Maar ja, we houden geen 24 uur de wacht en balen als er ’s morgens op het gazon weer honderden konijnenkeutels liggen. Dan weten we dat er weer flink is gegeten aan alles wat er groeit en bloeit. Zij die niet welkom zijn winnen het toch van ons. De tuin is van meerdere levende wezens dan alleen van ons. Dat zint tot nadenken. Onze tuin staat daarmee model voor de hele samenleving. We proberen hem op onze manier mooi te maken en te houden maar er zijn steeds andere levende wezens die een andere mening hebben. Wij leven in welvaart en hebben van alles genoeg, anderen moeten dagelijks alleen maar denken aan overleven. Het avondconcert van de vogels maakt duidelijk dat we iets moeten betekenen voor de zwakkeren, ook al zijn het niet steeds onze favorieten.

Vrije wil Hot icon

Vrije wil

De beste eigenschap waar wij mensen mee uitgerust zijn is ons vermogen om voor onszelf te denken. Deze vrije wil is wat ons onderscheid van de dieren, die zo ook hun karakteriserende eigenschappen hebben. Ons denkvermogen is zoals de lange nek van een giraf; het definieert de bezitter ervan. De bezitter maakt er dan ook gretig gebruik van. Tenminste, in het geval van de giraf.

Kijk, wij hebben ten opzichte van dieren een aanzienlijk voordeel. Ónze karakteriserende eigenschap heeft ons in staat gesteld allerlei dingen te ontwikkelen voor minder typerende eigenschappen. Ons gestel is niet geschikt voor lange afstanden in korte tijd, dus verzonnen we daar wat op. Zo zijn auto’s, vliegtuigen en boten uitgevonden. Onze samenleving is gebouwd omdat wij er met z’n allen over nagedacht hebben. Giraffen hebben niet diezelfde weelde. Hun lange nek is een hulpmiddel om te eten en niets meer dan dat. Giraffen konden dankzij hun nek niet beter transport verwezenlijken.

Toch gebruiken wij ons denkvermogen niet volop. We laten ons denkwerk nogal eens verzanden in vooroordelen en hokjesdenken. Dat bevordert niet echt de volledige capaciteit van die vrije wil waarmee wij uitgerust zijn. Voor giraffen ligt dat anders. Als zij hun nek of slurf niet gebruiken, kunnen ze niet eten. Dan gaan ze dood.

Wij hebben onze wereld zo ingericht dat we ons denkvermogen minder nodig hebben. Aangezien je hersenen een spier zijn, verslapt deze als je hem niet traint. Ik weet nog wel dat mijn meesters en juffen het gebruik van rekenmachientjes verfoeiden, want we moesten het maar eerst zo leren. Dat was veel handiger dan de hele tijd dingen in te moeten toetsen. Maar gelijk hadden ze. Tegenwoordig pakken we onze telefoon en laten we hem dingen uitrekenen waar we ons vroeger voor zouden schamen.

We laten meningsverschillen ontstaan omdat we niet kijken waar de mening van de ander vandaan komt. Alles wat je tot nu toe meegemaakt hebt resulteert in de persoon die jij anno nu bent en de mening die jij hebt. Maar daar staan we niet meer bij stil. Ons eigen standpunt is immers het belangrijkste dat we hebben!

Daarmee verloochenen we onze vrije wil, het resultaat van een eeuwenlang evolutionair proces. Naast elkaar af praten en niet luisteren naar wat de ander zegt is het ergste wat we kunnen doen. Onbegrip is troef in een tijdperk waarin het juist makkelijk wordt gemaakt om al je kaarten op tafel te leggen. Als je niet accepteert dat het mogelijk is dat iemand ergens anders over denkt zul je hem nooit begrijpen. Maar hebben we niet ooit geleerd dat iedereen anders is? Waarom behandelen we iedereen dan hetzelfde?

Ik weet het goed gemaakt. Laten we eens goed naar elkaar luisteren, en nadenken over hetgeen dat gezegd is. Onze samenleving, gefundeerd op onze vrije wil, is geen clubje waaraan deelname vrijblijvend is. Het is geven en nemen; samenleven en medeleven. Juist in deze maand van feest en pais-en-vree kan het niet kwaad eens te luisteren naar elkaar.

Verkiezingen Hot icon

Verkiezingen

Ben je al bezig met de gemeenteraadsverkiezingen van aanstaande maart? Als je geen lid bent van een gemeentelijke politieke partij zul je waarschijnlijk ontkennend antwoorden. Ver van je bed, het maakt niet uit wie er de baas is. Ik geef maar wat argumenten om niets te doen. Maar laten we eens terugkijken. De door ons gekozen personen zijn in staat geweest om tussentijds alle wethouders het vuur zodanig aan de schenen te leggen, dat er niets anders overbleef dan op te stappen. Hebben wij dan personen gekozen die kost wat kost alleen hun eigen wil doorzetten? Zijn het personen die onvoldoende weten wat wij met z’n allen willen of zijn wijzelf zo verdeeld dat het een onmogelijke zaak is onze gemeente te besturen?

Dat alles is fel in tegenstelling tot wat we willen zijn: gemoedelijke Kempenaren waar de achterdeur altijd open staat en de koffie warm is voor eventuele bezoekers.

Het is een bekend gegeven dat er maar weinig mensen staan te springen om op gemeentelijk niveau de burger te gaan vertegenwoordigen. Het kost bergen tijd en je krijgt met de regelmaat van de klok te horen dat het anders moet dan jij je dat had voorgesteld. Idealist moet je zijn, weet hebt van wat wij willen dat er gebeurt, zeker niet iemand die het pluche in het gemeentehuis adoreert.

Is het dan niet aan ons om allereerst te bezien of de kandidaten naar jou willen luisteren en respect kunnen opbrengen voor andermans meningen? Dat het mensen zijn die denken in oplossingen en niet de eigen mening tot het uiterste blijven verdedigen. Dat schaadt een
gemeente waarvan we nu al weten dat er compromissen moeten komen.

Je kunt je afvragen of alleen plaatselijke tijdelijke zaken het stemgedrag moeten bepalen. Zo dicht bij huis ken je de meeste mensen die op de kieslijst staan. Je weet veelal wel hoe die in het leven staan, denk daarbij vooral aan de maatschappelijke betrokkenheid, de
integriteit, de kennis en kunde om jou te vertegenwoordigen in belangrijke gemeentelijke kwesties. Ik vraag me bij elke verkiezing af aan welke persoon ik mijn portemonnee kan toevertrouwen. Het gaat dan niet alleen over geld maar meer over hoe ik denk dat die persoon in het leven staat; wat zijn gedachtegangen zijn; of die enigszins aansluiten bij de mijne. Je weet toch op voorhand niet precies wat er in de regeerperiode gaat spelen.

Waarom nu al nadenken? Nou, bedenk dat de personen die ons graag willen vertegenwoordigen, nu bezig zijn na te denken over de onderwerpen die wel eens zouden gaan spelen. Als jij ook al weet wat belangrijk is dan kun je dat met die mensen delen. Wellicht komt het zover dat jouw mening in een partijprogramma komt te staan. Achteraf bijsturen blijkt steeds een heel moeilijke zaak. Als de programmamakers dit alles lezen en het met me eens zijn dat voorliggende zaken moeten worden bezien vanuit de Kempische gemoedelijkheid dan wordt er in de vergaderingen geluisterd naar elkaars argumenten en niet geregeerd vanuit achterkamertjes.

Maslow Hot icon

Maslow

‘Wie?’
‘Maslow!’
‘Oôôh, die.’

Ja, Abraham Maslow, van de piramide. Deze klinisch psycholoog kwam in 1943 met een theorie, die duidelijk maakt hoe het menselijk streven naar bevrediging van behoeften in elkaar zit. Maslow onderscheidt verschillende behoefte-niveaus. Zijn theorie stelt dat aan lagere
niveaus van behoeften voldaan moet zijn, voordat je je bezig kunt houden met behoeften op het volgende niveau. Een soort van piramide dus.

Onder in de piramide zitten lichamelijke behoeften als eten, drinken en slapen. Lukt het daarmee niet, dan gaat het niet lang goed met je. Zo heb ik eens een tijd slecht geslapen en ik kan u verzekeren: dat wil je opgelost hebben, voordat je ook maar ergens anders aan denkt. Daarboven zit de behoefte aan veiligheid en onderdak (je zou kunnen zeggen dat een dakloze iemand is, die is blijven hangen
op niveau één). Het derde niveau van de piramide gaat over sociaal contact: behoefte aan vriendschap, ‘erbij horen’.

Als daar allemaal aan voldaan is, ga je naar het vierde niveau: dan ga je op zoek naar status, succes, waardering van anderen. Tot slot, als je het hoogste niveau hebt bereikt, kun je gaan werken aan zogenaamde ‘zelfverwezenlijking’: creatieve dingen bedenken (bijvoorbeeld muziek componeren) of interessante problemen oplossen (wetenschap).

Nu wordt er de laatste tijd gekscherend gezegd dat er onder aan de piramide twee lagen zijn bijgekomen: te weten ‘wifi’ en, daaronder, ‘batterij’. Dat is grappig bedoeld en het beschrijft treffend de moderne jongere, die al ruim vóór het ontbijt zijn telefoon checkt op nieuwe berichten (onder volwassenen komt dit ook voor trouwens). Oftewel: sociaal contact gaat vóór eten en drinken; de onderste helft van de piramide op z’n kop!

Maar voor sommigen is dit realiteit: wifi en batterij als eerste levensbehoefte. Dat kon je zien toen de enorme vluchtelingenstroom vanuit Syrië dagelijks in het nieuws was. In ons rijke land hoorde je vaak schamperend de opmerking ‘Ze hebben geen nagel om aan hun kont te krabben, maar wel allemaal een smartphone!’

Ja, dat klopt, maar de mensen die dit vol ongenoegen zeiden, hadden niet door dat het mobieltje voor vluchtelingen een eerste voorwaarde is om eten en onderdak (veiligheid) te kunnen regelen! Met andere woorden, ‘wifi en batterij’ zitten voor hun echt wel degelijk onderin de piramide. Voor hun kan het niet anders. Maar voor onze jeugd wel. Sterker nog, het zal anders moeten, anders gaat het mis.

Vrijwel elke puber die je tegenkomt, fietst met losse handen, de ogen gericht op het mobieltje in plaats van op het overige verkeer. Bezien vanuit de piramide van Maslow kun je zeggen dat ‘internettoegang’ en ‘batterij’ als het ware zijn tussengevoegd als voorwaarde voor niveau drie: sociaal contact. Maar je hoeft niet doorgeleerd te hebben om te zien dat, juist door dit gedrag, het tweede niveau (veiligheid) ernstig in gevaar komt! Vandaar de ‘BennieBlind’ spotjes op tv.

Vorige week droomde ik zelfs dat ze ergens rode en groene lichtbalken in de stoep hadden gemaakt, als vervanger van het stoplicht voor voetgangers die zó aan hun smartphone zitten gekluisterd, dat ze alleen nog naar beneden kijken. Net toen ik dacht ‘En nu ga ik badend in het zweet wakker worden’, bleek dat ik al eventjes wakker was: dit was namelijk écht op het NOS-journaal van woensdagochtend 15 november.

Nu voel je je als ouder medeverantwoordelijk voor (minimaal) de onderste twee niveaus van de piramide voor je kinderen. Je biedt ze van kleins af aan voedsel en onderdak. Die verantwoordelijk houdt niet op vanaf hun twaalfde. Mijn kinderen weten dan ook al lang dat ik hun smartphone hoogstpersoonlijk in de vuilnisbak zal flikkeren, de eerste de beste keer dat ik ze op de fiets betrap met hun smartphone in de hand.

En ze weten dat ik het meen. Met Maslow valt niet te spotten. Met pa nog minder.

Posts loader