iOS:
Bewaar als app -> Kies “Zet in beginscherm” en klaar!

Android:
Bewaar als app-> Kies “Toevoegen aan beginscherm”

Windows:
Bewaar als app-> klik op “Aan start vastpinnen”

loader

Aanmelden voor:

nieuwsbrief, lezersaanbiedingen, speciale acties etc.
Het nieuws van dichtbij

Rubriek Column

Spanjaard in de lage landen Hot icon

Spanjaard in de lage landen

Zo net na komkommertijd liggen de pepernoten in de winkel. Dan is het wachten op de eerste discussie aangewakkerd door een nazaat van noeste arbeiders die de wonderen van onze handelsnatie van dichtbij hebben aanschouwd.

Sorry. Ik laat me keer op keer gek maken door types die media-aandacht krijgen omdat ze door een beeld (dat niet meer bestaat) geconfronteerd worden met wat ze denken dat hun voorvaderen misschien eeuwen geleden meegemaakt hebben en daardoor zo geraakt worden dat normaal functioneren niet meer kan. Nou, dat laatste acht ik helemaal waar te zijn, normaal functioneren doen ze niet meer….

Ik word eerder ziek van die Katholieke Bisschop uit Spanje. 350 jaar nadat we ons van het Spaanse juk hebben bevrijd, wordt deze Spanjaard door een uitbundige menigte ingehaald. Tachtig jaar lang hebben mijn voorvaderen gevochten tegen de Spaanse bezetting. Enorm is er geleden, ook binnen mijn familie, om de vrijheid die we nu kennen veilig te stellen.

Mag ik u eraan herinneren dat die volksopstand begon met een beeldenstorm. Katholieke kerken werden bestormd omdat het geloof te uitbundig gevierd werd. En nu halen we ieder jaar, bejubeld en bezongen, een Katholieke bisschop in ons land in alsof het de lieve Heer zelf is.

En hoe komt ie dan? Per boot! Een belediging voor de watergeuzen die zo dapper gestreden hebben en Alva op 1 april een nederlaag hebben toegebracht. De spot wordt er mee gedreven en iedereen lijkt het doodnormaal te vinden.

Ook gezien hoe de bisschop zich voortbeweegt in onze lage landen? Op een paard, een schimmel. Waarschijnlijk een lipizzaner, uit de Spaanse rijschool. Geen Fries of Groninger paard, nee hoor, wrijf het er nog maar eens in. Die paarden uit Spanje zijn natuurlijk weer veel beter.

En dan over de daken lopen. Een directe verwijzing naar het water in de lage landen. Vele veldslagen werden in ons voordeel beslist door het drassige, ondergelopen land al dan niet door het doorsteken van de dijken. Dat geeft het lopen over de daken toch een heel andere dimensie.

Zijn de bloedraad, het uithongeren van steden, de plunderingen en massamoorden allemaal vergeten? Ieder jaar aan deze gruwelijkheden herinnerd worden is toch echt wanstaltig. Hier moet een einde aan komen!

Ik stel daarom voor dat we de pepernoten niet in onze winkels toestaan voor 11 november. Eerst kinderfeesten als Halloween en Sint Maarten vieren voordat we aan het volgende kinderfeest gaan beginnen. Anders is de strijd tegen de Spanjaarden voor niets geweest….

Homo Kempius Hot icon

Homo Kempius

Je moet bij een groep horen. Sterker nog: je wordt door de mensheid bij één of meer groepen ingedeeld. De enige levende groep mensen is de homo sapiëns. Dat zijn we dus allemaal. Toch belangrijk om daarover eens na te denken. Als je niet gelooft in het verhaal van Adam en Eva, dan nog vallen we allemaal in dezelfde familie van de Homo Sapiënsen. Maar ja, een mens wil meer. Je profileren als een mens zoals allen, dat gaat niet, verschillen moeten er zijn na een aantal miljoenen jaren. Toen de mens rechtop ging lopen en naar alle kanten van de wereld zich verspreidde, kwamen er vanzelf verschillen.

Nu naar het heden. De Vlamingen zijn anders dan de Nederlanders. We kunnen elkaar verstaan maar spreken onze gemeenschappelijke taal anders uit. Dat is zo geëvolueerd. Ingesleten gewoonten, ontstaan door het woongebied of gewoon door de aard en religie van de mensen, zorgen zo voor verschillen. We proberen steeds een bevolkingsgroep te typeren. Als je het hebt over Limburgers dan voelt dat anders dan wanneer je praat over Groningers of Zeeuwen. Dichter bij huis herkennen we ook verschillen tussen bijvoorbeeld Peellanders en Kempenaren. Samen zijn we Brabanders en dat willen we weten, maar het hemd is nader dan de rok. Wij vinden dat Kempenaren toch anders getypeerd moeten worden; de Homo Kempius is anders dan de Homo Peelius. Hoe anders is dan de vraag. Dan wordt het moeilijk en gaan we zoeken. Op zoek naar woorden om de Homo Kempius te typeren komen we uit bij de contente mens. Als kenmerken horen we graag het niet zo op de voorgrond treden, plichtsgetrouw, harde werker, misschien wel onderdanig, zeker geen ruziezoeker, aandacht voor de omgeving trots zelfs daarop, houdt van kleinschaligheid en niet dat stadse. De Homo Kempius heeft belangstelling voor zijn omgeving en draagt dat uit. Heeft hij ook slechte eigenschappen? Jazeker, en het lijkt wel of hij ook daarop trots is: komt veelal te laat op een afspraak, zegt ja op een vraag maar heeft het dan niet over de mitsen en maren.

Verschilt de Homo Kempius daarmee echter van de Homo Peelius of de Homo Meierijus? Ik moet bekennen dat ik daar maar beperkt in geloof. Dat Kempische kwartierke te laat komen, komt men ook tegen als het Hollands kwartierke en het Brabants kwartierke.

Socioloog Sandra Wagemakers is gepromoveerd op een onderzoek naar de Brabantse identiteit. Zij kwam tot een opmerkelijk resultaat: als er wordt gesproken over iets echt Brabants dan had de West-Brabander daar andere gevoelens bij dan de Tilburger en de Eindhovenaar. De Helmonder had ook weer andere ideeën wat volgens hem duidelijk Brabants was. Sandra concludeerde dat het Brabantgevoel toch in eerste instantie gaat over de eigen omgeving. Is er dan geen echte Brabantse identiteit? Sandra vindt van wel. Identiteit blijkt een gevoel van verbondenheid te zijn, zich verbonden voelen met hun directe omgeving en dat uitvergroten naar heel Noord-Brabant.

Is dat bij u ook zo? Bij mij wel; als ik aan Brabant denk, heb ik de eigen leefomgeving voor ogen.

Happy Socks Hot icon

Happy Socks

Trends heb ik nooit begrepen. Het idee dat iets het ene moment wel door de beugel kan en daarna ineens niet meer is een van de tandwielen van de kapitalistische motor waar onze maatschappij op draait. Helaas is het zo dat je daar meer geld mee kunt verdienen dan met het idee dat bepaalde kleding je gewoonweg stáát (of niet). Want mode en trends zijn cyclisch: wat ooit mooi was is dat nu misschien niet meer, maar dat komt wel weer.

Van schoenen is de link naar sokken snel gelegd. Beter gezegd, naar Happy Socks – en niet zomaar Happy Socks, maar de Happy Socks van Jan Versteegh. Hij deed begin dit jaar mee aan Wie Is De Mol? en tot veler verbazing (inclusief die van ondergetekende) was hij de mol. Jan Versteegh stal de show met zijn enthousiasme, zijn humor en zijn felgekleurde opvallende sokken, vaak prominent aanwezig onder zijn korte broek.

Vroeger trok ik mijn sokken altijd zo hoog mogelijk op. Heerlijk, vond ik dat. Maar onder korte broeken? Nee, dat kon echt niet. Ik wilde het wel, maar het kon niet. Want het was niet modieus. Totdat Jan Versteegh het deed. Toen kon het ineens. Jan Versteegh gaf me het vertrouwen om mijn sokken zonder gêne onder mijn korte broek te dragen.

Afgelopen zomer was ik op een festival en besloot ik dat dat het moment zou zijn dat mijn korte-broek-met-sokken-look in première zou gaan. Het festival in kwestie was Best Kept Secret – een plek om nieuwe muziek te ontdekken en te luisteren naar bands die het grote publiek niet kent. Als je het hebt over muziek kom je al heel gauw uit bij vooroordelen. Geen zorgen, ik zal jullie niet belerend toespreken – ik heb ook gewoon vooroordelen over muziek (sorry fans van Nederlandstalige muziek, hiphop, of beiden). Één van de vooroordelen die Best Kept Secrets heeft, is dat het een soort modern Woodstock is met hippies in overvloed.

Het is maar net hoe je er tegenaan kijkt. Het mooie aan een festival vind ik de microcultuur die ter plekke ontstaat. Het is toch een beetje je eigen stukje wereld, afgezonderd van de rest. Een plekje waar andere regels gelden. Een plek waar mensen nergens over oordelen; niet over de muziek en niet over anderen. Een plekje waar, zo bleek, ik lang niet de enige was die prominent met zijn Happy Socks te koop liep. Wat boeit het eigenlijk ook of je Happy Socks draagt, of een Hawaï-blouse, of een onesie. Als jij daar blij van wordt, wat zal het jou dan aan je reet roesten wat anderen daarvan vinden? Daarom zal ik vaker Happy Socks gaan dragen onder mijn korte broeken. Want waarom zou dat alleen in de microcultuur van een festival kunnen? Als het op TV kan, dan kan het overal. Trouwens, ook als het níet op TV kan, dan kan het alsnog. Zo lang je het zelf maar ziet zitten. Dank voor deze wijze les, Jan Versteegh.

Gebruik(s) belasting Hot icon

Gebruik(s) belasting

Belasting is natuurlijk handig voor de overheid om alle soorten kosten mee te financieren. Soms dient belasting een specifiek doel, zoals leges voor een paspoort, en soms is het van meer algemene aard, zoals loonbelasting. Belasting wordt ook gebruikt als sturingsmiddel. Parkeerbelasting is niet alleen bedoeld om de kosten van aanleg van parkeerplaatsen terug te verdienen, maar heeft ook tot doel om parkeertijd te beperken en mensen te stimuleren om met ander vervoer te reizen.

Wie in een auto van de zaak rijdt, weet dat daar de afgelopen jaren veel mee is gebeurd. De overheid dacht milieuvriendelijke auto’s te stimuleren door op auto’s met minder schadelijke uitstoot minder belasting te rekenen. Ineens bleken veel modellen auto’s veel milieuvriendelijker te kunnen worden gemaakt dan ooit tevoren. Of was het toch de zeer geavanceerde software die op de testbanken zo gunstige resultaten liet zien?

In ieder geval was de belastingmaatregel zo’n succes dat er massaal gebruik van werd gemaakt. Zo veel zelfs dat
de inkomsten bij de overheid zo ver terug liepen dat de maatregel moest worden versoberd. Natuurlijk wel met
allerlei uitzonderingen voor mensen die zo goed waren geweest om te investeren in nieuwe ‘milieuvriendelijke’ auto’s.

Nu is een vlieger opgelaten over de gebruiksbelasting. Wat accijnzen zijn voor alcoholische dranken is de gebruiksbelasting voor frisdrank, bronwater en vruchtensappen. Het idee? Om de gebruiksbelasting af te schaffen op gezonde dranken en alleen ongezonde dranken nog te belasten. Ik voel de bui al hangen… hoe bepalen we wat gezond is en wat niet.

Suiker is het toverwoord. Zonder (toegevoegde) suiker is drank gezonder. Dus krijgen we dadelijk vanille-cola met
alleen natuurlijke suikers; zonder heffing van gebruiksbelasting. En sportdrank (de soort die actieve sporters gebruiken voor herstel) die wel belast is met gebruiksbelasting.

Vruchtensap (100% uit vruchten volgens de warenwet) zonder toegevoegde suikers maar met aspartaam, monosodium glutamaat, kleurstoffen in de soorten IQ-verlagend of chromosoombeschadigend, natriumsulfiet, -nitraat of -nitriet, BHA en BHT, zwaveldioxide, kalium-bromaat en een heleboel E-nummers zeggen me allemaal niets, maar mag gerust worden toegevoegd zonder enige gebruiksbelasting.

Het is wachten op de eerste slimme marketeer die op de verpakking zet dat zijn drank door de overheid als ‘gezond’ wordt verklaard. Benieuwd hoe snel er dan media-aandacht is, er kamervragen worden gesteld en deze gebruiksbelasting gewoon in zijn geheel wordt afgeschaft.

Ohja, nog onderbelicht: de overheid denkt dat door het afschaffen van de gebruiksbelasting op deze ‘gezonde’ dranken deze dranken goedkoper worden dan de ongezonde versie en daardoor meer gekocht zullen worden. Die verwachting is er natuurlijk omdat dat ook zo goed heeft gewerkt bij de accijnzen en hogere BTW-tarieven op alcoholische dranken.

Proost!

Druk Hot icon

Druk

Drukdrukdruk… wat moeten we veel hè. Van de baas. Van onze familie. En van anderen. En van onszelf natuurlijk. Bijblijven vooral. Niet voor niks was deze week in het nieuws dat 30% van de jongvolwassenen verslaafd is aan sociale media. Bang om iets te missen. Zelf ben ik niet zo van de sociale media. Klein beetje appen, en af en toe LinkedIn voor zakelijke doeleinden. Voor de rest houd ik het bij good old e-mail. Het zal de leeftijd zijn.

Maar de drukte herken ik zeker. In die mate, dat het soms niet meer aangenaam is. Werken, in diverse bandjes spelen, af en toe wat projectwerk in mijn eigen studiootje, tussendoor af en toe een pakkend verhaaltje proberen te schrijven. Valt nog niet zo mee. Daarom moet ik er niet aan denken hoe mijn leven eruit zou zien als ik wél op Facebook zou zitten; dan zou ik echt geen oog meer dicht doen.

In de natuurkunde betekent het woord ‘druk’ iets heel anders. Het is de kracht per oppervlakte-eenheid, uitgeoefend door een gas. Bijvoorbeeld de luchtdruk: u kent dat wel, die getallen van Gerrit Hiemstra, net boven de duizend; dat is de natuurkundige druk. In het verleden heb ik ooit vijf jaar onderzoek gedaan om uit te vogelen wat deze gasdruk doet met een ander natuurkundig verschijnsel: de vorming van waterdruppels.

Dat is nog best ingewikkeld. Stel even dat ik een wolkje waterdamp heb, met daarin zo veel moleculen dat het eigenlijk ‘te druk’ is (voor de fijnproevers: dit is nog een derde betekenis van het woord druk). In de natuurkunde heet dat dan: het water zit boven zijn verzadigingsdruk. En dan wil het graag condenseren: druppeltjes vormen.

Maar dat gaat zomaar niet! Om te condenseren, moeten de moleculen samenklonteren. Grote groepen vinden ze fijn, maar van kleine groepjes moeten ze niets hebben: dan gaan ze ruzie maken wie er in het midden mag zitten. Daar zitten ze namelijk het liefst, lekker beschut tussen de anderen. Uiteraard redeneren moleculen niet op deze
manier, maar de analogie klopt wel, als je de zaak beschrijft in termen van energie.

Een natuurkundig systeem streeft altijd naar lage energie: dingen die energie kosten worden vermeden (herkenbaar voor veel mensen?). Is een damp oververzadigd, dan levert het energie op als de moleculen samen gaan klonteren. Dat wil het systeem dus! Maar het maken van ‘een stukje buitenkant’ kost juist energie, want moleculen aan de buitenkant hebben minder buren om samen hun energie te verlagen. De energie die dit kost, schaalt met de zogenaamde ‘oppervlaktespanning’; het fenomeen dat er ook voor zorgt dat je een naald op water kunt laten drijven.

Hier komt een stukje wiskunde om de hoek kijken. Het oppervlak van een druppel neemt toe met r2, het kwadraat van de straal. Het volume, dat de totale energiewinst voor de druppel bepaalt, gaat met r3, de derde macht van de straal. En ziedaar: voor kleine stralen is het eerste effect altijd het grootst. Pas voor grotere stralen is er netto energiewinst.

Het gevolg is, dat te kleine groepjes moleculen meteen weer uit elkaar vallen. Pas als er behoorlijk wat deeltjes toevallig even samenklonteren (een stuk of 10, 20) is de druppel levensvatbaar. Er is dus sprake van een soort ‘barrière’ waar de clusters – zo heten kleine druppels – overheen moeten, voor ze verder kunnen uitgroeien tot volwassen druppels.

Hee, maar dat herkennen we van onze echte mensenwereld! Mensen vormen ook niet zo snel groepjes. U kent dat vast: als er ergens mensen binnen komen die elkaar niet kennen, bijvoorbeeld in een wachtkamer, dan gaan ze zoveel mogelijk apart zitten.

Pas als het te druk is om ver genoeg uit elkaar te zitten (‘oververzadiging’!), dan ontstaan er gesprekjes. Dit zou je kunnen beschouwen als clustervorming bij mensen. Kennelijk is het ook bij mensen zo dat het energie kost om kleinere groepjes te vormen; je moet over een drempel heen, ‘het ijs breken’, om een gesprek aan te knopen.

Terug naar onze watermoleculen. Het voornaamste effect van hoge druk dat ik vond, is een verlaging van de energiebarrière: samenklonteren wordt er makkelijker van. Hee, dat klopt bij mensen ook! Als er sprake is van stress (een begrip dat in de natuurkunde sterk lijkt op druk), bijvoorbeeld als er net een ongeluk is gebeurd, spreken mensen elkaar veel makkelijker aan. Het is alsof ook de ‘oppervlaktespanning tussen mensen’ wordt verlaagd door druk. Precies wat ik ooit voor watermoleculen vond!

Grappig: natuurkundige effecten zijn zo universeel dat ik er met gemak 20 jaar na dato (ja, mijn onderzoek vond eind vorige eeuw plaats…) nog een stukje over kan schrijven. Gelukkig maar, want om iets nieuws te verzinnen had ik het echt eventjes… te druk.

Column Hot icon

Kleuterschool

Ik ben lid geworden van zo’n groep op Facebook die foto’s uit je jeugd plaatst. Ik kom oorspronkelijk uit een grote stad in het westen van ons land en bezocht daar de kleuterschool en de eerste klas. Gelukkig hadden mijn ouders toen het briljante idee om naar de Kempen te verhuizen en werd ik alsnog Brabander (waar ik tot op de dag van vandaag zielsgelukkig om ben).

Maar goed, van de week stond er plots een foto van mijn kleuterklas op Facebook en ik kreeg spontane flashbacks.
Ik kan niet zeggen dat ik mijn tijd als kleuter zo geweldig positief heb ervaren. De dame die mij tagde, inmiddels ook een keurige veertiger, was vroeger echt niet leuk. Van alle kindjes op de foto herkende ik er ééntje en dat was zij. Waarom haar gezicht in mijn geheugen gegrift staat? Omdat het kreng mij altijd beet. Oké, misschien is het één keer voorgekomen maar ik kan nog altijd de plek aanwijzen waar haar tanden mijn vlees in gingen.

De kleuterjuf was een verhaal apart. Waar de juffen van tegenwoordig lieve, empathische, creatieve en vooral tolerante dames zijn, was mijn kleuterjuf een stugge, intolerante, alles-behalve-creatieve heks. Mag ik dat zeggen? Ja, want in mijn beleving was ze toen ik in haar klas zat al tachtig, dus de kans dat ze dit leest is extreem klein. Daarbij komt deze krant niet in mijn geboortestad. Dus. Ik herinner me dat ik élke dag hetzelfde spelletje pakte en nooit was er een juf die me stimuleerde om eens iets anders te doen. Ze vond het waarschijnlijk allang best dat ik stil in een hoekje zat. Ja, in die dagen was ik nog best rustig.

Af en toe moest er natuurlijk iets creatiefs gedaan worden, voor de ouders of het schooldossier of zo. Dus gingen we kleuren. Niet met verf want dat gaf te veel rommel. Met kleurpotloodjes en denk erom BINNEN de lijntjes hè! Nou was dat niet mijn sterkste kant dus kreeg ik een vormpje dat ik op het papier zette om vervolgens woest met mijn potlood het papier te kunnen bekrassen. Tadaaaaa: een keurig ingekleurd rondje of driehoekje. De juf blij, de schoolinspectie blij en ik totaal verpest omdat álle creativiteit die ik misschien wel in me had direct verwoest was. We hadden ook een waterbak waar precies één keer per jaar een milliliter water mocht en o wee als je dan morste. Brrr, ik hoor nog haar stem als het niet ging zoals zij wilde.

Ik kijk niet met een blij gevoel terug op mijn kleutertijd. Was dolblij dat ik naar de eerste klas mocht. Daar had ik de liefste juf die er bestond. De tranen omdat we naar Brabant gingen verhuizen, waren waarschijnlijk het meest om haar. Van haar mocht je gerust een haartje dat op je bloesje zat op de grond gooien; ze ging niet meteen hysterisch tekeer omdat er ‘vogelnestjes’ zouden ontstaan, en we hoefden geen pantoffels aan omdat er anders zand in de klas kwam. Zij snapte dat kinderen kind moeten zijn en daar ben ik haar eeuwig dankbaar voor.

Nostalgie Hot icon

Nostalgie

De laatste tijd kijken we nogal eens naar 192 TV. Dat is kanaal 612 bij Ziggo. De hele dag door krijg je filmpjes met muziek uit vroeger tijden. Dat tijdsbestek strekt zich uit van de jaren vijftig van de vorige eeuw tot nog redelijk recente datum. We proberen dan steeds te raden uit welke tijd een nummer komt. Kleur of zwart-wit geven al een eerste indicatie van de ouderdom. Buiten het feit dat je het jaar van de presentatie nog weet, heb je een tweetal andere aanwijzingen: de kleding en de haardracht van de betrokken personen. Mannen in een net pak met stropdas, die weinig show in hun filmpjes hebben, stammen uit de vijftiger jaren of de eerste helft van de jaren zestig. Dames in hooggesloten jurken voor een klassieke microfoon zijn van diezelfde periode.

Vanaf het midden van de jaren zestig wordt de kleding steeds meer een manier van profileren. Colbert en stropdas worden zeldzaam evenals de hooggesloten damesjurken. Om op te vallen in creativiteit kan ook bij de dames heel veel. De roklengte werd beduidend korter en aan de bovenkant werd ook steeds meer zichtbaar.

Het filmpje bepaalde steeds meer hoe hoog een single in de Top 40 kwam te staan. Ja, ja de Sixties hebben veel veranderingen gebracht. Steeds meer wordt de kleding aangepast aan het
thema van het filmpje dat veelal helemaal niets zegt over de inhoud van het lied. Denk daarbij maar aan de Beatle lp, nu cd, Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Mannen met een perfect gekamde blinkende haardos stammen van begin zestiger jaren of eerder. Toen deed je als kerel pas mee als je een lading brylcreem in je haar wreef. Daarna werd de haardracht langzamerhand langer, zowel bij de dames als heren, nou ja, laten we het houden op de jongelui. De Beatles begonnen er langzaam mee en waren het voorbeeld voor jongens en enkele zangeressen, ik herinner me Franςoise Hardy, voor de meisjes. Nadat de afkeurende blikken van ouderen waren weggeëbd, was de tijd vrij voor nog langere haardracht. The Rolling Stones en de Flowerpower-artiesten bepaalden dat de haarlengte best langer kon. En de jongeren volgden gestaag.

In deze eeuw zie je dat veel jonge mannen helemaal geen hoofdhaar meer willen. Ik heb zo wel eens de gedachte dat men het langzaam uitvallen van haar wil verhullen. Dan maar rigoureus alles er af. Van boven kaal en aan de zijkanten nog haar geeft je een veel te oude uitstraling ook al zijn die haren nog niet verkleurd. Ik kan me niet herinneren dat in mijn jonge tijd al leeftijdsgenoten waren waarvan het schedelvel al lichtelijk zichtbaar werd. Zou de brylcreem van toen haaruitval hebben tegengehouden? Zelfs in de huidige reclame voor die haarcrème staat dat die niet hard wordt en bovendien onweerstaanbaar voor vrouwen. Als ik dat lees kan ik niet begrijpen dat er jongelui zijn die zich kaal scheren.

Op mijn leeftijd werkt dergelijke reclame niet meer. Ik ga geen haargroeimiddel gebruiken. Mijn vrouw accepteert me zoals ik ben.

Droombaan Hot icon

Droombaan

Met regelmaat maak ik een tochtje naar de oranje brievenbus in onze wijk. Er gaan steeds meer brievenbussen verdwijnen want we versturen minder kaarten en andere post. Iemand via Facebook of Whatsapp feliciteren,
sterkte toewensen of een bedankje sturen; persoonlijk vind ik dat ik het me er wel erg gemakkelijk van af maak. Daarom kies ik toch nog vaak voor een persoonlijk, handgeschreven kaartje of brief. Ik verstuur ze graag, maar zie ze natuurlijk ook graag verschijnen in mijn eigen brievenbus.

Het heeft nu al iets nostalgisch. Als kind vond ik het geweldig om post te ontvangen. Ik had een fascinatie voor postzegels, die ik spaarde nadat ik ze zorgvuldig weekte. Toen ik wat ouder werd ontbrak het versturen van een
ansichtkaart vanuit elk vakantie-adres niet, soms stuurde ik wel meer dan 10 kaarten. Helemaal leuk om kaarten terug te krijgen uit verre oorden. En ja, daar is ook mijn ‘droombaan’ ontstaan… wat zou ik graag postbezorger willen zijn! Op de fiets, door weer en wind. Een paar uurtjes per dag in beweging om mensen blij te maken met kaartjes, persoonlijke brieven of bijvoorbeeld een cadeau. Hoe mooi is dat?

Ik weet dat ik de baan idealiseer. Dag in, dag uit dezelfde wijk. Geen vorstverlet of tropenrooster. Met tropische temperaturen en snijdende kou of stortbuien. Lekke banden, boze honden, onvindbare brievenbussen, vervelende folders. Dat klinkt allemaal niet goed, maar elke keer als ik een bericht ‘PostNL is op zoek naar postbezorgers in Bladel’ voorbij zie komen, twijfel ik of ik reageer. Er komt een dag dat ik het ga doen: mijn huidige werk één dag per week inruilen voor een wijkje post bezorgen. Ik hoop dat iedereen post blijft versturen, dan komt dat met die droombaan van mij vast goed.

Posts loader