iOS:
Bewaar als app -> Kies “Zet in beginscherm” en klaar!

Android:
Bewaar als app-> Kies “Toevoegen aan beginscherm”

Windows:
Bewaar als app-> klik op “Aan start vastpinnen”

loader

Aanmelden voor:

nieuwsbrief, lezersaanbiedingen, speciale acties etc.
Het nieuws van dichtbij

Rubriek Column

Koppen met een dubbele betekenis

Koppen met een dubbele betekenis

Ik kan het niet laten, het zoeken naar meerdere betekenissen van de koppen boven artikelen. Als er staat dat er een landschapswandeling plaatsvindt, dan zie ik in gedachte een landschap wandelen. Als er staat dat iemand in het zonnetje wordt gezet dan vraag ik me af of die zich goed heeft ingesmeerd. De eerste keer dat ik me realiseerde dat je goed moet nadenken over wat je boven een artikel zet, was een oproep van de konijnenbond. Het bestuur wilde graag eens nieuwe fokkers aan het werk zien. Nou snap ik wel de bedoeling maar toch is het hilarisch: een tafel met een groen kleed erover waarachter een jury de gebeurtenissen gadeslaat.

Koppen letterlijk nemen moet je eens doen, dat verhoogt je gevoel voor humor en als je een goed tekenaar bent, verhoogt dat de inspiratie. Pas nog las ik “VS winnen touwtrekpartijtje om Russische hacker”. De ene keer krijgt de winnaar een beker, de andere keer blijkbaar een hacker. Op het affiches zal bijvoorbeeld groots aangegeven staan: Komt dat zien de wedstrijd van de eeuw om de gouden hacker.

Zo deelde een dagblad ons mee dat de luchtvaartsector boven het plafond was gegaan. Ik dacht inderdaad gemerkt te hebben dat al het vliegtuiglawaai niet van onder de grond komt. Sommige woorden vragen om dubbelzinnigheid: “Ontdek de wereld met Kras”. Nou ik ontdek liever een onbeschadigde wereld. Jammer voor dat bedrijf dat het zo’n moeilijke naam heeft om geen dubbelzinnige teksten te leveren in haar advertenties.

Zo zijn er meer bedrijven die een naam hebben die tegen zich kunnen worden gebruikt. In Helmond en omstreken heet een zorginstelling ‘Ook een fijne dag’. ‘U spreekt Sjannie van Ook een fijne dag, ogenblikje a.u.b.’ Wachten maakt de dag niet echt vrolijker. Wat dacht je van het aanspreken van een cliënt. ‘Dag mevrouw, met Anita van Ook een fijne dag, hoe gaat het met u?’ ‘Oh, u moet opgenomen worden in het ziekenhuis.’ Herman Finkers kan er ook wat van. Weet u nog: “De cursus Omgaan met
tegenslagen is wederom uitgesteld”.

In sportverslagen moet je als leek niet al te veel lezen. Daar zitten toch steeds van die clichés in die alleen insiders begrijpen. Bij voetbalreportages wordt er veelvuldig gebruik van gemaakt. Urk United was duidelijk de bovenliggende partij. Het was dan ook niet vreemd dat een dieptepass door de spits werd afgerond door de bal in de verste hoek te plaatsen. Real Gulpen gaat kopje onder in Zeewolde. Of: Mollema had de goede benen gevonden. Je zult ze maar kwijt zijn geraakt.

Als je wilt kun je zo veel plezier in je leven hebben als je de lol van iets wilt inzien. Waarom alleen het negatieve zien, probeer steeds minimaal een glimlach op gezicht te toveren. Al is het maar met krantenberichten. Ja, al staan er in de krant veelal trieste berichten, het dagblad is veel te duur om er niet minimaal een glimlach bij op je gezicht te toveren. En dat heb je zelf in de hand.

Bult Hot icon

Bult

Als je mij de komende dagen ziet lopen, kán het zijn dat je je afvraagt waarom ik zo’n grote bult op mijn kop heb. Het antwoord is simpel: tegen een deur aangelopen. Best hard ook nog. Mensen die mij kennen weten dat dat niet geheel ongebruikelijk voor mij is. Ik zat als kind altijd onder de blauwe plekken; ik liep óveral tegenaan.

Ik vergeet nooit de keer dat we bij tante Lies moesten logeren. Zij had de gewoonte om wekelijks naar de kerk te gaan en dus gingen wij mee. We liepen door de Schoolstraat richting de kerk en zoals gebruikelijk liep ik vol enthousiasme een verhaal te vertellen, daarbij uiteraard gebruik makend van mijn armen en lijf. Ik zag de lantaarnpaal van rechts waarschijnlijk over het hoofd en bàm! In volle vaart tegen een stuk metaal, dat geen millimeter meegaf, tegen mijn hoofd. Ik denk dat ze me in Hapert Noord moeten hebben horen janken. In ieder geval moeten ze een poosje later de lach van tante Lies hebben gehoord. Op het moment zelf kon ze zich behoorlijk goed inhouden maar ze heeft me later verteld dat toen ik eenmaal uit het zicht was – later op de avond – ze een onbedaarlijke lachbui heeft gehad. Zal er best komisch uitgezien hebben, vermoed ik. Ze begon er namelijk later élke keer over, als ze me zag (en dat was redelijk vaak, kan ik verklappen).

Ik ben het type vrouw waarvan de buitenwereld zou geloven dat ik tegen een keukenkastje was gelopen, als ik eigenlijk een pak slaag van mijn echtgenoot zou hebben gehad. Gelukkig is hij die liefste en zal hij nóóit geweld gebruiken (zelfs met muggen heeft hij moeite) dus als ik iets mankeer, is het altijd mijn eigen schuld. Zo ook nu. Wat is er dan toch gebeurd? Ik hoor het je denken. Nou, het waaide vannacht enorm; ik ben gewend met het raam open te slapen en ook de deur van de slaapkamer gaat zelden dicht. Let op het woord ‘zelden’ en de rest kun je raden. Vanwege de tocht, ging die deur vannacht wel dicht maar daar dacht ik niet meer aan toen ik om vier uur moest plassen en ik geen licht aandeed omdat ik de weg naar de badkamer in het donker ook wel weet te vinden. Ik liep in één keer goed maar kwam dus een onverwachte hindernis tegen. En daarom loop ik nu met een pijnlijke bult op mijn kanis. Daardoor moest ik ook weer even aan tante Lies denken en daar word ik dan meteen weer vrolijk van dus écht veel heb ik er niet van geleden.

De stamboom Hot icon

De stamboom

Stamt u ook af van Karel de Grote? Als je de onderzoekers moet geloven dan stamt zowat half Europa van deze
keizer af. Nou schiet zoiets hard op. Als je twintig generaties teruggaat dan zit je al op meer dan vierhonderd duizend voorouders in de rechte lijn als er niet ergens in de vertakkingen familiale huwelijken zijn gesloten.

Steeds meer archieven worden digitaal ontsloten. Je kunt vanuit je bureaustoel tegenwoordig heel gemakkelijk op huisbezoek gaan bij je voorouders. Terug tot 1811 is al heel gemakkelijk. Dat komt door de huidige archiefbeheerders en door Napoleon. De eerste groep is hard bezig om het Nederlandse papieren archief te digitaliseren. In de database zitten al 160 miljoen namen. Als je wortels niet elders in de wereld liggen, pak je niet gemakkelijk mis. Is dat wel zo, dan kan het archief van de Mormonen je helpen zoeken.

Napoleon heeft de aanzet gegeven voor de bevolkingsadministratie. Gemeenten legden daardoor vanaf 1811 gegevens vast over geboorten, huwelijken en overlijdens. Vanaf toen moest iedereen een achternaam hebben en houden. De meeste mensen hadden die toen al maar anderen moesten daarover nog nadenken. Sommigen namen het niet zo nauw en dachten aan een grap. Die groep heeft zijn nazaten opgescheept met namen als Naaktgeboren, Vroegindewei en dergelijke.

Voor mijn voorouders van vaderskant hoef ik niet ver van huis te zoeken. Ik heb ze tot op heden kunnen vinden tot en met de veertiende eeuw. Het waren allemaal Brabanders. Veel meer had de moederstak mijn belangstelling. Mijn grootouders kwamen uit het Gelderse. Dankzij Napoleon waren de burgerlijke-standgegevens beschikbaar en wist ik de gezinssamenstellingen, beroepen en adressen. Ik kwam uit bij twee jongens die in de leeftijden van zes en elf jaar in een weeshuis waren opgenomen. Hun ouders waren in 1807 en 1811 overleden. De één werd soldaat, de ander timmerman. Hun ouders waren los van elkaar vanuit Duitsland naar het Gelderse getrokken en zijn er in 1800 getrouwd. Ik zag er erg tegen op verder onderzoek naar hen te verrichten. Ik zag me al bladeren in boeken vol gotisch geschrift met een ganzenveer geschreven. Op een familiefeestje vertelde ik mijn bevindingen en vond belangstelling bij mijn neven. Stoer als wij ons waanden togen wij naar het Duitse archief. En warempel, dat was even leesbaar als bij ons. We konden zo vier generaties Duitse voorouders ontdekken. Nou, meteen maar lid geworden van de genealogische vereniging in de betrokken regio. Die mensen vonden het geweldig om een Nederlander onder hun leden te krijgen en gaven alle medewerking bij verder onderzoek. Wat bleek nu, de ouders van mijn naar het Gelderse vertrokken mannelijke voorouder, waren ook al op vroege leeftijd gestorven. Zij lieten zeven minderjarige kinderen na. Heel opmerkelijk was dat van die zeven kinderen bij de vereniging niets bekend was. Mijn voorouder was de eerste waar een bericht van kwam via een achterachterkleinkind.

Toch opmerkelijk dat twee generaties van mijn voorouders volwassen zijn geworden als wees. Een andere conclusie is dat Napoleon het zoeken naar voorouders een stuk gemakkelijker heeft gemaakt.

Dakloos Hot icon

Dakloos

Het wordt weer kouder en ik kan er niks aan doen maar ik háát het. Ik ben niet gemaakt voor pooltemperaturen. Ook niet voor tropische hitte maar goed, daarover klaag ik wel een andere keer. Eigenlijk ben ik ontzettend blij dat ik in Nederland woon want daar is het nooit echt lang heel koud of heel warm. Vaker is het er net tussenin.

Ik moet altijd aan dakloze mensen denken als de temperatuur ’s nachts tot aan het vriespunt daalt. Dan probeer ik me voor te stellen hoe het zou zijn als je warm gehouden moet worden door een krant of een dun stukje karton. Die mensen zijn er namelijk en ooit kende ik er één.

Na mijn afstuderen heb ik een paar jaar in de jongeren crisisopvang gewerkt en ooit ben ik totaal tegen de regels van de opvang in gegaan vanwege de kou; het standje dat ik van mijn baas naderhand kreeg deed me niks. Het vroor die nacht ongeveer tien graden en dan denk ik dat ik het nog mild inschat; het voelde veel kouder. Er stond een snijdende wind en het sneeuwde (dat ’t mauwde, zou ’s oma gezegd hebben). Bij de crisisopvang was de regel dat er niemand binnengelaten werd zonder intake, gesprek, overleg of ander bureaucratische onzin.

Ik hield me uiteraard keurig aan deze regel totdat er tijdens mijn nachtdienst, rond een uur of elf een knul van een jaar of zeventien voor de deur stond. In een dunne trui, geen jas, geen snowboots, geen sjaal of andere winterse kledingstukken. Zijn gezicht was bijna bevroren en hij kwam maar moeilijk uit zijn woorden. Of hij alsjeblieft binnen mocht om de nacht warm door te kunnen komen. Het eerste wat me in gedachten schoot was: de regels! Maar meteen overwon mijn gezonde verstand: zo’n knul laat je niet buiten staan. Ik trok hem naar binnen, maakte een grote kop warme thee, smeerde een paar sneeën brood, maakte een kamer in orde (gelukkig stond er eentje leeg) en gaf hem een veilig gevoel. Ik maakte wel de afspraak dat hij de volgende ochtend voor de wisseling van de dienst het huis uit moest zijn; een voorwaarde die hij graag accepteerde.

Zoals gezegd leverde het me enige discussie op met mijn leidinggevende. Ik kreeg een soort van uitbrander en nooit antwoord op de vraag wat zij zou hebben gedaan. Ik hoop hetzelfde als ik maar ik vrees ervoor.

Ik moet nog wel eens aan die jongen denken, wat zou er van hem geworden zijn? Zou hij ooit de omslag hebben
kunnen maken en woont hij nu in een fijn warm huisje? Zou hij soms op een koude nacht nog wel eens aan de crisisopvang denken en beseffen dat hij geluk had dat ik die avond dienst had? Wat zou er gebeurd zijn als dat niet zo was en hij écht buiten had moeten slapen?

Ik heb het niet lang volgehouden in het jongerenwerk maar ik tel mijn zegeningen als ik me weer eens omdraai onder mijn comfortabele vier seizoenendekbed en me realiseer dat ik misschien ooit één keer, voor een klein beetje, het verschil heb gemaakt.

Echo Hot icon

Echo

Als je geluk hebt, vind je hem in grotten. Zonder andere mensen kun je er helemaal alleen mee zijn: je echo. Het enige dat je hoort in de stilte om je heen is de weerklank van wat je zelf zegt. Eigenlijk is die echo net zoals het leven van alledag; het geeft je terug wat je zelf inbrengt.

Een echo spuwt je woorden onverrichter zaken terug. In het leven is dat niet anders. Wat je zegt, wat je doet, wat je uit wilt stralen – dat is wat je terug krijgt. Dit geldt voor alles: voor jezelf, voor de maatschappij, voor jouw kinderen en je directe omgeving. Heb lief en je zult bemind worden; zaai haat en haat is wat je zult oogsten. Sluit je af voor anderen en zij zullen jou net zo min begrijpen als jij hen.

Het is de kracht van een klein gebaar dat grote gevolgen kan hebben, en het is ook daar waar het gevaar in schuilt. Een glimlach kan je gemoed veranderen, zoals een enkele druppel melk de koffie ook al van kleur doet veranderen. Maar ook de echo van haat, onbegrip, intolerantie en onnozelheid weerklinkt net zo hard. Onbegrip voor alles wat anders is, weerklinkt zoals een echo – in de mensen die je beoordeelt en in de mensen om je heen.

Als je een heteroseksuele man of vrouw bent, dan is er niets aan de hand. Een man hoort met een vrouw te trouwen. Zo staat het geschreven, dus zo hoort het. Je mag houden van wie je maar wilt, zo lang het maar iemand van het andere geslacht is. Hetero, man, vrouw; dat zijn de hokjes waar je in hoort te zitten. De echo blijft die hokjes bevestigen. Alles daar buiten klopt niet. Dat is niet zoals de Heer het bedoeld heeft. Wij zijn op deze aarde om ons voort te planten, en als je buiten de hokjes valt dan kan dat niet. Wat ben je dan nog als je voelt dat je niet binnen de bestaande hokjes past?

Dan tel je niet meer mee. Dan zijn jouw identiteit en jouw liefde ondergeschikt aan een oud boek en bekrompen opvattingen. Terwijl de mens enerzijds zijn individualiteit en denkvermogen prijst als de peilers van ons bestaan, volharden sommigen anderzijds in denkbeelden die dat teniet doen. Dat man en vrouw de enige geslachten zijn. Dat de enige liefde die tussen man en vrouw is. Dat gender-neutraliteit geraaskal van de eenentwintigste eeuw is. Die eenentwintigste eeuw lijkt ineens heel ver weg als mensen een document ondertekenen dat anderen, die afwijken van de norm, zegt dat zij niet normaal zijn. Besmet, vies, hopend op genezing. Wie ben je wel niet als je denkt dat je anderen mag dicteren hoe ze moeten liefhebben, en waar, en met wie? Een echo van haat weerklinkt in de monden van onnozelen. Gelukkig wordt deze beantwoord door de echo van hoop, van onvoorwaardelijke liefde, van begrip en tolerantie. Hoe klinkt jouw echo?

Het sprookje van de Mol Hot icon

Het sprookje van de Mol

Eens, heel lang geleden werd in de tuin van de pastorie in een Kempisch dorp een mol gevangen. De tuinman en de pastoor hadden er schrik van want nog nooit hadden ze zo´n beest gezien en wisten niet eens hoe het heette. De pastoor ging raad vragen bij de dorpse notabelen van destijds. Helaas ook zij konden geen uitsluitsel geven. Goede raad bleek duur. Daarom werd de gemeenteraad bijeen geroepen en het gekooide dier getoond. Helaas ook daar was geen enkele persoon die enig idee had wat dit nu voor een beest was. ‘Dit moet een mormel zijn’ zei het oudste raadslid dat toen nog als eerste het woord mocht voeren. In die tijd had men nog respect voor iemands
ouderdom.

Een creatief denkend raadslid bracht in dat wellicht een vroegere soldaat ervan kennis kon hebben. Die was lange tijd buitendorps geweest. Dus werd Jan Soldaat opgeroepen om zijn licht te laten schijnen over het vreemde dier. Echter, snel werd duidelijk dat de diensttijd van Jan Soldaat slechts weinig biologische kennis had opgeleverd. Hij had wel geleerd in tijgersluipgang over de hei te kruipen maar was op zijn laag-bij-de-grondse tochten nooit een dergelijk dier tegengekomen. Voor de rest had hij zich, bij gebrek aan oorlog, bezig gehouden met uitslapen en andere geneugten waar militairen zich toen al mee vermaakten. De rest was hij vergeten. Toen bleef er niets anders over dan zelf een beslissing te nemen. Het eerste voorstel was om het beest te vierendelen. Dat vond men wel een goed plan maar niemand was bereid om dat vonnis te voltrekken. Een derde persoon erbij te betrekken zou het imago van de Raad toch wel erg aantasten. Een raadslid, die een slecht huwelijk had en daardoor vrouwonvriendelijk gedrag vertoonde, stelde voor om het dier met een vrouw te laten trouwen. Nou, dat voorstel werd meteen afgeschoten. Daar konden de overige raadsleden niet mee thuiskomen. Toen stelde een raadslid voor om het dier te verbranden. Hij kreeg enkele raadsleden aan zijn zijde maar het kwam niet tot een meerderheid. Er werd tegengeworpen dat je maar niet weet of je er voor gestraft zou worden. Bijgeloof was er nog alom in het land. Dus ook bij dit voorstel was het zo dat niemand de eerste steen wilde werpen. Het was duidelijk dat men van het duivelse beest af wilde maar ja, bedenk eens een nette methode waar de buitenwereld maar mondjesmaat commentaar op zou kunnen leveren. Er moest een onopvallende manier bedacht worden om van het beest af te komen.

Toen kwam een der leden met een lumineus idee dat met gejuich werd begroet. Columbus had Amerika nog niet ontdekt dus zijn ei was het niet maar zou het anders ongetwijfeld zijn geweest. ‘We gaan het dier levend begraven’ sprak het wijze raadslid. En zo gebeurde. Er werd een diepe kuil gegraven waarin de mol werd gedumpt. De kuil werd snel dicht gegooid, iedereen ging tevreden naar huis en leefde nog lang en gelukkig.

Kerstboom Hot icon

Kerstboom

Nou, hij staat weer hoor! De kerstboom; ik weet eigenlijk niet waarom ik mezelf er elk jaar mee kwel. O ja, dat weet ik wel, het ziet er gezellig uit. Maar dat is dan het enige want ik vind het opzetten een ramp. Ik kwam er net achter dat de boom eigenlijk vorig jaar al in de kliko had gemoeten. Er waren wat dingetjes afgebroken. Er kwam heel wat ducttape aan te pas om de takken op hun plaats te houden.

Ik ben van de traditie en heb een grote doos vol met rode en zilveren ballen; dat vind ik het mooist en sorry voor de winkeliers maar ik koop niet elk jaar een andere kleur. Vorig jaar werd ik hartelijk uitgelachen door ‘bepaalde familieleden’ die mijn boom echt hopeloos ouderwets vonden. Dat is ie waarschijnlijk ook maar ik hou ervan. Kerst heeft alles met tradities te maken en mijn traditie is om een ouderwetse boom neer te zetten.

Ik heb (had dus) een mooie kunstkerstboom en sinds vorig jaar staat ie – na vijf jaar – weer in de kamer. Daarvoor hadden we een poes die het gezellig vond om de hele dag in de boom te springen. Ik geloof dat het eerste jaar minimaal tien ballen gesneuveld zijn, voordat ik ‘m opruimde. De boom, niet de kat; dat deed iemand in de wijk vorig jaar maar daar wil ik liever niet meer aan denken. Vijf jaar had ik dus een simpele houten boom; ook leuk. Zo’n super kitscherige met té foute tierelantijnen erop. Toch vind ik mijn net-echt-uitziende boom mooier, gezelliger ook. Ik mis alleen de dennengeur maar die denken we er maar bij. Om er dan een luchtverfrisser met dennengeur naast te zetten, gaat me net te ver.

Het opzetten van de boom vind ik horror. Ik kom altijd lichtjes te kort. Ik heb genoeg snoeren, dat weet ik zeker maar toch moet ik er altijd zeven keer op aanleggen, willen die lichtjes een beetje goed verspreid door de boom krullen. Of dan hangen ze precies naar mijn zin maar dan ben ik vergeten erop te letten dat de stekker aan de kant van het stopcontact zit. Want natuurlijk branden de lichtjes nog niet als ik ze ga hangen. Vroeger kwam het geregeld voor dat de hele snoer kapot bleek als ze eenmaal hingen. Tegenwoordig controleer ik ze eerst; je wordt wijzer met de jaren,
zeggen ze.

Maar goed, de boom staat en ik vind het knus, Onze jongste hielp enthousiast mee, zich onderwijl afvragend wat hij eigenlijk aan het doen was. “Het is eigenlijk net als school: je doet maar wat en uiteindelijk komt het allemaal goed”, doelend op de gezelligheid die zo’n boom geeft. Tja, ik hoop dat dit ook voor zijn eindexamen geldt….

Fijne feestdagen!

Tante zuster

Tante zuster

Een tijdje terug zat ik naar een film te kijken dat me weer eens aan het denken zette. Niet dat ik maar af en toe denk want dat doen we de hele dag maar bij wijze van spreken. Het ging over het wel en wee binnen de gevangenismuren, voor de veroordeelden had de overheid vele jaren een ruimte gereserveerd.

Het speelde zich af begin jaren ‘50 van de vorige eeuw en eindigde rond de eeuwwisseling. Hoe de film verliep daar val ik je niet mee lastig, wel het feit dat één van de acteurs een gedetineerde speelde die in 1948 op 20-jarige leeftijd in hotel traliezicht terecht kwam en wegens goed gedrag eind jaren ‘90 weer op vrije voeten werd gesteld. Die man had me toch een partij aanpassingsproblemen! Op een gegeven moment zei hij tegen zijn vriend, die nog in de bajes zat: ”Wat heeft de wereld toch een verschrikkelijke haast gekregen!” In de eerste weken na zijn vrijlating werd hij bijna dagelijks opgeschrikt door claxonnerende auto’s. (Het verhaal speelde zich dan ook in Chicago af.)Een andere scène was dat hij na al die jaren wel eens van bil wilde. Nadat hij wat geld had gespaard ging hij naar een bordeel maar wat hij daar aantrof aan vulgaire ideeën gaf zo’n impact dat een vol doosje viagra nog steeds geen gewenst resultaat zou geven. Uiteindelijk verlangde hij terug naar zijn cel en dagelijkse beslommeringen achter die hoge muur.

Nu is dit alles natuurlijk gespeeld, ik vroeg me dus af hoe dat in werkelijkheid zou zijn. Zouden wij dan zo’n opgejaagde mensenmassa zijn geworden? Ik bedacht me hoe het voor mijn opa zaliger zou zijn als die nu in de huidige maatschappij zou terugkeren. Waarschijnlijk zou hij in de auto op de snelweg doodsangsten hebben, hoorn dol worden bij de huidige manier van communiceren, hyper nerveus worden in de mensenmassa, stuiterend naar bed gaan en als redmiddel de stilte gaan opzoeken, maar ook dat is maar een vermoeden. Tja, zijn er wel mensen die zo’n periode van isolement hebben meegemaakt? En dan met name de overgang jaren ‘50 tot aan het decennium. Er is in 1974 een Japanse luitenant in de jungle van de Filipijnen teruggevonden die er van uit ging dat WO2 nog niet beëindigd was. Ik kan mij voorstellen dat zo’n man best wel aanpassingsproblemen heeft gehad. Sterker nog, hij kon maar niet wennen en is toen een boerderij in Brazilië begonnen, ergens ver achteraf. Daar zou best wel een mooie film over gemaakt kunnen worden.

Ineens moest ik ook denken aan tante zuster, de meesten zullen wel begrijpen wie ik daar mee bedoel. Heel af en toe zie je nog wel eens een non lopen, meestal niet meer zo vlug van been, omdat de gemiddelde leeftijd vrij hoog is. Veel aanwas is er niet in ons land omdat deze roeping niet meer populair is. Maar vroeger had bijna elke familie wel een tante zuster. Ik heb er totaal 3 gehad, twee oud-tantes en ééntje kreeg ik er gratis bij toen ik trouwde. Alle drie waren super aardige mensen. Als ik ooit verhalen aanhoorde van nonnen en paters op de lagere school, die op zijn zachts gezegd ‘niet leuk’ waren, ik heb die ervaring met mijn tantes absoluut niet. Wel heb ik leraren gekend die hun handen niet thuis konden houden maar ook die waren ver in de minderheid. Dus alstublieft niet bagatelliseren. Twee tantes hebben een groot deel van hun leven ingezet voor de arme mens. Je kan ze vergelijken met Artsen zonder Grenzen en andere organisaties binnen ontwikkelingshulp. Beide hebben een hele nare tijd meegemaakt door de Japanse bezetting, hebben gigantische ontberingen moeten doorstaan en hebben mensonterende dingen gezien en beproefd. Hoe knap is het dat ze nadien geen enkele rancune hadden, vergevingsgezind waren en opnieuw weer klaar stonden voor de kansarme mens, middels het geven van scholing of gezondheidszorg. Eenmaal met pensioen terug in Nederland leerde ik ze kennen als lieve, warme oude vrouwtjes met veel levenservaring en een bijzondere kijk op het leven, met een glimlach en een voldaan gevoel. Met alle respect voor de lintjesregen die er nu jaarlijks worden uitgedeeld…

Maar zoals gezegd, ik heb dus 3 tante zusters gehad. De derde was een Karmelietes. Wat ik er van heb begrepen is dat deze kloosterorde leefde in armoede, als kluizenaar, zichzelf voorzag door eigen arbeid en in gebed de dagen vulden. Voor de gemiddelde mens een wat vreemde levenswijze maar ook van deze tante kan ik je vertellen dat ze zachtmoedig, aardig, opgewekt en intelligent was. Om lichamelijk contact met familie tegen te gaan was in de bezoekerskamer in de jaren ‘60 nog een soort traliewand. Een doorgeefluik met draaiplateau gaf de mogelijkheid om een gift of cadeau over te brengen. Blijkbaar ben ik ook enkele minuten Karmeliet geweest want ik heb van horen zeggen dat toen ik een 6 maanden oud was ik even door het luik ben gezet, zodat tante zuster mij in haar armen kon nemen. (Dat moest blijkbaar stiekem maar ze greep haar kans schoon omdat een soort ‘bewaakster’, die tijdens het familiebezoek moest toezien of de regels in acht werden genomen even naar toilet moest.) Of zou het een onderlinge afspraak zijn geweest tussen beide nonnetjes? Afijn, gelukkig bleek het luikje nog te werken en kon ik weer via de reiswieg in de Renault Dauphin mee naar huis.

Maar oké, deze tante werd op hoge leeftijd ziek, zij werd opgenomen in een ziekenhuis. Ik paste in die tijd al lang niet meer door het luikje, had al een jaar of 10 mijn rijbewijs, zodat mijn moeder vroeg of ik haar naar tante zuster in het ziekenhuis wilde brengen. In al die jaren tussen het doorgeefluikje en het ziekenbezoek heb ik haar nog verschillende keren gezien en gesproken. Zo dacht ze ergens jaren ‘70 dat ik een vriendin van mijn zus was i.v.m. lange haren. Ook meende ze mij ooit gezien te hebben als bijrijder in een vrachtauto omdat die persoon naar haar zwaaide! Ze kon behoorlijk goed buurten. Ik herinner mij nog dat ze vertelde dat een sportvisser eens een grote karper als aalmoes aan het klooster had geschonken. Dat beest had waarschijnlijk al jaren de bodem van de Maas afgeslubbert en was blijkbaar niet te vreten. Toch was het in de lijn van hun levenswijze om de aalmoes te aanvaarden. “Ik zou willen dat ie met karper en al was verzopen”, vertelde ze met een lach. De nonnen hebben tegen heug en meug enkele dagen aaneen die karper moeten verorberen. De visser werd wel kenbaar gemaakt dat de karper moeilijk was te verteren en de kloosterlingen hadden liever dat bij een volgende vangst het beest teruggezet werd in de Maas.

Afijn, ergens ‘90er jaren bracht ik haar met mijn moeder een bezoek in het ziekenhuis. Volgens verplegend personeel en andere familie was ze er slecht aan toe en nogal verward. Toen ik aan haar bed zat en mijn moeder effe naar het toilet was vroeg ze mij hoe het met me ging als jonge vader. Ik was super blij met mijn eerste kind en vertelde haar dat dan ook met de nodige trots. Ondertussen was er op de TV de Bold en the Beautiful. Ze keek naar dat scherm waar haar kamergenoot aandachtig de serie aan het volgen was. Toen keek ze mij weer aan en zei: ”Jonge, kijk goed uit, het gaat niet goed met de wereld! Het verandert veel te snel en ook nog eens de verkeerde kant op!” Ik snapte direct dat sommige dachten dat ze verward was, de overgang van jaren ‘50 naar de jaren ‘90 waren zo groot, dat spookte door haar hoofd. En haar waarschuwing? Ook die begreep ik en begrijp ik gelukkig nog steeds, we moeten steeds op ons qui vive zijn, filteren wat goed en niet goed voor je is. Moeilijk, maar het is te doen. Tante zuster, bedankt voor de tip! Het heeft me al die tijd zeker geholpen.

Posts loader