iOS:
Bewaar als app -> Kies “Zet in beginscherm” en klaar!

Android:
Bewaar als app-> Kies “Toevoegen aan beginscherm”

Windows:
Bewaar als app-> klik op “Aan start vastpinnen”

loader

Aanmelden voor:

nieuwsbrief, lezersaanbiedingen, speciale acties etc.
Het nieuws van dichtbij

Rubriek Column

Troost

Troost

Soms neem je dingen te veel als vanzelfsprekend aan. Bepaalde mensen in je leven bijvoorbeeld. Zo is er een man, bijna net zo oud als ik, waarmee ik vroeger nog in de box heb gelegen. Hij is er áltijd geweest. In de beginjaren van mijn leven woonde ik in een stad hier ver vandaan. Familie kwam niet dikwijls op bezoek maar van de bezoekjes die er waren, herinner ik me juist die waarbij hij aanwezig was. “Wa zèdde gullie toch aorrige eters, ge moet op ‘n kruk zitten en krègt soep ût een kumke”, ik hoor het hem nog zeggen. Al kon ik ‘m in die tijd niet verstaan omdat ik het accent niet goed kende.

We verhuisden naar Brabant en bijna dagelijks zag ik hem omdat voor hem de weg naar school langs mijn huis leidde. Als ik bij hem op visite kwam, dook ik zijn speelgoedkast in want hij had álle boeken van Suske en Wiske en dat vond ik interessant.

Nóg een paar jaren later gingen we dikwijls samen op stap; ‘toevallig’ hadden we lange tijd dezelfde vriendengroep. We dronken samen een biertje – ook vaak meer dan één – fietsten samen naar de kroeg of naar huis, waarbij vermeld moet worden dat ik dan standaard buiten adem aankwam want hij heeft een íets ander fietstempo dan ik. We huilden bij elkaar uit als er een verkering uitging, vierden samen dat we de ware gevonden hadden en begrepen elkaar dikwijls zonder woorden.

Op de uitvaart van mijn moeder, speelde hij op mijn verzoek op gitaar, ook al is dat niet zijn favoriete plaats om muziek te maken maar hij weet hoe troostend muziek kan zijn. Drie jaar later deed hij hetzelfde voor me toen we afscheid moesten nemen van mijn vader. Weer waren daar de mooie klanken van zijn instrument, die het verdriet een klein
beetje verzachtten.

We lopen de deur niet bij elkaar plat maar weten elkaar wel altijd te vinden bij heuglijke en minder heuglijke gebeurtenissen. Zo mocht ik hem helpen bij de totstandkoming van zijn boek en helpt hij mij met kritisch commentaar op mijn schrijfsels (“weer een dt-foutje gevonden, Naat”, mailt ie met enige regelmaat en met een zweem van sarcasme in zijn pen).

Kort geleden heeft hij zich bij mij onsterfelijk geliefd gemaakt. Hij heeft een lied geschreven, speciaal voor mijn vader en dat heeft me geraakt tot in het diepst van mijn ziel. Hij wist niet dat het precies een jaar na het overlijden van mijn vader was, dat hij het liet horen. Toeval bestaat niet, zeggen ze wel. Ik heb niet veel met data en was die dag niet meer of minder verdrietig om het verlies maar toen hij het nummer speelde, kwam dat zó diep binnen, dat de dag een gouden randje kreeg.

Wat hebben sommige mensen het leven toch goed begrepen!

Receptie

Receptie

Soms moet je naar een receptie waar je eigenlijk niets te zoeken hebt. Je kent toevallig één van de receptiegevers maar verder zijn de aanwezigen allemaal vreemden voor je. Eens was ik op een receptie van een echtpaar waarvan mij alleen de man bekend was via een zakelijke relatie. Je moet er iets van maken. Uiteraard begin je met het echtpaar te feliciteren. Mevrouw reageerde heel enthousiast: “Wat leuk, u bent vast de Limburgse collega van mijn man”. Ik ontkende en legde uit dat ik uit de Kempen kom. Dat maakte het plezier om mij te ontmoeten er niet minder om. Ik wist mijn plaats en liep naar de tafel waar een dame in een zwarte jurk en met een witte short om koffie en gebak uitdeelde. In eenzaamheid dronk ik mijn koffie en smulde van het gebak. Op enige meters dacht ik een lotgenoot te ontdekken. Ook hij was alleen en zag er gelaten uit. Ik nam het initiatief en stapte op hem toe. Op de vraag of hij ook een zakenrelatie was kwam een negatief antwoord. Hij was een oude schoolvriend.

Een vriendelijke dame, in zwarte jurk en met een witte schort om, verstoorde de eerste kennismaking met het aanbieden van bitterballen. Na die lange tocht was dat een aangename onderbreking. Bitterballen hebben de eigenschap dat de binnenkant wel drie keer warmer is dan de buitenkant. Het is lastig als je dat even vergeten bent. Mijn tong en gehemelte protesteerden fel door allerlei pijnprikkels uit te zenden. Gelukkig was er een vriendelijke dame in een zwarte jurk en een witte schort om die bluswater aan het verdelen was. Dat maakte het mogelijk om het gesprek wat meer inhoud te geven. Maar onze gastvrouw kwam even langs. Ze richtte zich tot mij en vroeg of ik als Limburgse gast mijn draai wel kon vinden. Om de gastvrouw niet twee keer te corrigeren liet ik het zo en stelde haar gerust met de opmerking dat het heel gezellig was. “Ach, u komt uit Limburg,” stelde mijn gesprekspartner vast, “wat leuk, wij gaan graag naar Limburg, Thorn is onze meest geliefde plaats. Ik dacht het al te horen aan uw uitspraak”. Tja, hoe kom je hier nu weer uit. Ik beaamde maar dat Thorn een heel mooi toeristisch stadje is. Ik kreeg bedenktijd omdat een vriendelijke dame in een zwarte jurk en een witte schort om ons kaassoufflés aanbood. Een welkome onderbreking die me tijd gaf na te denken. Kaassoufflés hebben de eigenschap dat de binnenkant wel drie keer warmer is dan de buitenkant. Het is lastig als je dat even vergeten bent. Mijn tong en gehemelte, deze keer geholpen door mijn slokdarm, protesteerden fel door allerlei pijnprikkels uit te zenden. Ik ging snel naar de blusdame in zwarte jurk en met een witte schort om en nam afscheid van mijn gesprekspartner die inmiddels een oude schoolvriend had gevonden. Ik dankte de receptiegevers voor hun gezellige en gastvrije ontvangst en reed richting Limburg om op tijd de afslag te nemen naar de Kempen.

Vaatwasser Hot icon

Vaatwasser

Al weken denk ik met enige regelmaat aan draken; aan de winter, en aan de
koning die die brengen zal. Ik denk aan een troon van ijzer en aan al die mensen die daar graag op willen zitten. Aan een kleine man, zijn grote broer en zijn gemene zus; aan de koning van het noorden en de koningin van draken; aan een berg van een vent en zijn verminkte broer die uit is op wraak… Als je niet weet waar ik het over heb, heb je misschien onder een steen gelegen zoals ik lange tijd deed. Het achtste en laatste seizoen van de immens populaire TV-serie Game of Thrones staat voor de boeg. 15 april is het zover: winter is coming.

Eerst moest ik niets van Game of Thrones hebben. “Ja maar Pirke, ik weet zeker dat jij dit geweldig vindt!” zei zo ongeveer iedereen. Gelijk hadden ze;
jarenlang hield ik mezelf voor de gek. Al van jongs af aan is fantasy namelijk de rode draad in mijn vertier: in de boeken die ik lees, de series en films die ik kijk, en de spellen die ik speel. ‘Ooit’, antwoordde ik als iemand vroeg wanneer ik Game of Thrones nu eens ging kijken; er waren nog genoeg andere series en films die voorrang hadden. Hoe ik Game of Thrones zo lang heb kunnen negeren is mij een raadsel. De serie heeft geen gelijke als het gaat om spanning, actie, liefde, verraad, intrige en plotwendingen. Uiteindelijk ben ik overstag gegaan. Samen met mijn vriendin verslond ik afleveringen in rap tempo. Zelfs een vakantie bleek geen obstakel; we keken gewoon verder op de iPad! Vorig jaar, toen we het einde van seizoen 7 bereikten, vielen we in een zwart gat.

Nu het wachten bijna voorbij is merk ik dat Game of Thrones mij niet onberoerd heeft gelaten. Ik ben namelijk verwend, en niet zo’n klein beetje ook. Elke aflevering van iedere serie die ik nu kijk wordt naast de Game of Thrones-maatstaf gelegd en wordt vaak te licht bevonden. Peaky Blinders kwam nog alleraardigst in de buurt, terwijl sommige andere series hopeloos door de mand vielen (ik zal geen namen noemen, maar ik denk bijvoorbeeld aan een politieserie in het zuidelijkste punt van Nederland).

Da’s best knap voor een serie die ik nog geen twee jaar ken. Het geeft aan hoe snel je ergens aan gewend kunt raken. Ga zelf maar na: voordat je een vaatwasser hebt, vind je afwassen wel prima – niet vervelend, maar er zijn zeker leukere activiteiten. Totdat ineens die vaatwasser in je keuken staat en je van-je-lang-zal-ze-leven niet terug wilt naar de donkere dagen van het afwassen. Game of Thrones is mijn vaatwasser. Totdat het 15 april is zal ik nog wel eens moeten afwassen, maar daarna kan ik zes weken lang één keer per week die onovertroffen vaatwasser aanzetten. En daarna? Dan zal ik op zoek moeten naar een nieuwe vaatwasser.

Vliegschaamte Hot icon

Vliegschaamte

Het scheelde weinig of ‘vliegschaamte’ was het woord van 2018 geweest. En met reden: het begrip is sterk in opkomst. Het staat voor het gevoel van schaamte dat mensen kunnen hebben als ze een vliegreis ondernemen. Vooral wanneer het een plezierreisje betreft en er ook minder milieu-belastende alternatieven zijn.

Is deze vliegschaamte terecht? Jazeker! Maar het waarom daarvan is niet zo vanzelfsprekend. Laten we er getallen bij zoeken, om te kijken hoe dat zit.

In het boek ‘Sustainable energy – without the hot air’, al vaker genoemd hier, zijn cijfers te vinden voor energieverbruik van diverse vormen van transport. De auteur drukt alles uit in kilowatturen. Eigenlijk best handig. (Strikt genomen val ik hier van mijn geloof, omdat ik altijd SI-eenheden prefereer, met energie in joules; maar omdat je in kWh lekker handzame getallen krijgt, maak ik graag een uitzondering.)

Het vliegen in een grote, redelijk volle Boeing over grote afstand kost typisch 0.5 kWh per passagierskilometer. Dat is eigenlijk niet zo heel veel, vergeleken met andere opties. Zo gebruikt een auto typisch 1 kWh per kilometer. Hee, dat is interessant: het beruchte ‘weekendje Barcelona’, voor een paar tientjes met het vliegtuig, is misschien niet eens slechter dan met de auto!

“Hoezo misschien?”, hoor ik u denken. Nou, dat ligt er aan met hoeveel personen je gaat. Het verbruik van een auto neemt niet noemenswaardig toe met het aantal passagiers. Dus als je met 2 personen naar Barcelona rijdt, kost dat evenveel energie als met het vliegtuig (het kost wel meer tijd): 0.5 kWh per kilometer per persoon, samen 1 kWh per kilometer.

Als je alleen reist, is het vliegtuig zelfs beter, want dan is de auto relatief onzuinig (ik heb me het hoofd gebroken over een mooier alternatief voor ons Kempische ‘schoailijk’ maar kon helaas niks beters vinden. En ‘schadelijk’ betekent echt iets anders!) Maar als je met het hele gezin gaat, zeg met vier personen, dan is de auto per persoon weer zuiniger.

De voorlopige conclusie lijkt: vliegschaamte is onterecht wanneer je alleen of met tweeën reist, en is terecht wanneer je het hele gezin meeneemt (dan was de auto beter geweest).

Maar er zit een addertje onder het gras. De crux zit in het bijzinnetje: “het kost wel meer tijd”. Want je laat het natuurlijk wel uit je hoofd om voor een weekendje heen en weer te rijden naar Barcelona! Het heen en weer rijden zelf kost bijna het hele weekend, met hooguit een paar prettige uurtjes op de Ramblas op zaterdagavond. Daarmee komen we bij de kern. Want vliegschaamte zou niet moeten gaan over de keus van vervoermiddel, maar over principiëlere vragen. Waarom wil een mens in godsnaam twee dagen van zijn leven 1500 km verderop doorbrengen? “Omdat het kan”, zeggen sommigen. Als dat je enige argument is om dit soort verspillend gedrag goed te praten, dan is vliegschaamte zeker op zijn plaats.

Want reken even mee: zowel in het vliegtuig als met de auto gebruik je met zijn tweeën 1 kWh per kilometer. Maal 3000 kilometer (heen en terug naar Barcelona) maakt 3000 kWh; dat komt aardig in de buurt van het totale elektriciteitsgebruik van een gezin over een jaar. “Ja maar we hebben wel ledlampen…” hoor je dan. Tja. Dat bespaart hooguit een paar honderd kWh per jaar en valt volstrekt in het niet bij het weekendje Barcelona.

Voor intercontinentaal vliegen is het allemaal nog veel erger. Een intercontinentale retourvlucht van 2 x 10.000 km kost zo’n 10.000 kWh. Dat is evenveel als de totale energie die het kost om je huis een jaar lang warm te stoken met aardgas. Of het totale elektriciteitsgebruik per jaar van 10 personen.

En jij, schrijvertje, wat doe je zelf? Tja… wij zijn ook meer dan eens voor een weekje naar Zuid-Frankrijk gereden. En niet eens voor de zomervakantie, maar zomaar eventjes in het voorjaar. Of dat minder erg is dan een weekend, valt te bezien. Je zou kunnen redeneren dat de reisafstand redelijkerwijs moet passen bij de duur van de reis; in dat geval is een weekje Méditerranée beter dan een weekendje.

Binnenkort vlieg ik binnen twee weken bijna de hele wereld over: een paar dagen Taiwan, gevolgd door een paar dagen Californië. Mijn argument over reisafstand en verblijftijd gaat dan zeker niet op. Maar ik doe dit niet voor mijn plezier: beide reizen zijn voor het werk en passen in een activiteit die bedoeld is om het totale energieverbruik van (het chips-producerende deel van) de mensheid terug te dringen. De kost gaat nou eenmaal voor de baat uit.

Motivatie voor dit werk (en dus voor deze reis) haal ik onder andere uit een uitspraak van Freek de Jonge, die jaren geleden al zei: “Wie iets doet, maakt zich schuldig; wie niks doet, moet zich schamen”. Schamen dus, zelfs als je niks doet… Het is nie hèndig goed.

Column Hot icon

Macht

Vindt u de reactie van kerken en sekten op seksueel misbruik binnen hun gelederen ook zo terughoudend? Seksueel misbruik blijkt al jaren een wereldwijd probleem te zijn waarop de geestelijk leiders geen goed antwoord weten of willen weten. Is het misschien een samengaan van macht uitoefenen en regels die maar moeilijk zijn uit te leggen in een moderne maatschappij? De gelovigen vormen geen kudde schapen meer die klakkeloos aannemen wat hun herder bepaalt. Nee, de moderne schaapjes willen meepraten over welk gras ze moeten eten, waar ze graag grazen en over de kwaliteit van de stal waarin ze de nacht moeten doorbrengen.

Een Kempische pastoor floot me eens terug toen ik met hem in gesprek was over inspraak in gewone dagelijkse kerkelijke zaken. Hij vertelde me dat ik veel te democratisch dacht. De Rooms-Katholieke Kerk is namelijk geen democratie. Het is een strak van bovenaf dicterende organisatie. Dat klopt
precies. Zo dicteert die kerkorganisatie, overigens pas vanaf de vijfde eeuw, dat priesters celibatair moeten zijn en dat de gelovigen slechts een levenspartner mogen hebben van ‘het andere kunne’. Dat past dus precies in een van bovenaf geleide hiërarchie. Je kunt je met reden afvragen of deze regels geheel indruisen tegen de diepgewortelde instinctieve
gevoelens van de mens. Kun je dit dan zo maar opleggen? De moderne mens durft deze vragen te stellen en verwacht begrijpbare antwoorden.
De vorig jaar overleden theoloog Harry Kuitert verkondigde de stelling “Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen.” Hij beschouwt religieuze regels als “zoekregels”. Ieder mens kan ze gebruiken om een eigen mening te vormen over allerlei zaken. Je kunt de strakke regels van “Boven” beschouwen als ingegeven door Boven, maar consequent is diezelfde stelling ook toe te passen op andersluidende gedachten. Als je dat tegen elkaar afzet blijft er alleen macht en heersen op basis van bedachte en vastgestelde regels over.

Hiërarchie geldt ook in wereldlijke organisaties. Voor hen die andere gedachten hebben kunnen streng toegepaste regels erg benauwend werken als dit het dagelijks functioneren gaat beïnvloeden. Besef wel dat hierop pas de laatste decennia veel op is afgedongen hoewel de financiële afhankelijkheid veelal noopt tot concessies.

Tot zo’n zestig jaar geleden waren mensen erg zorg- en volgzaam. De verzuiling zorgde ervoor dat de leiders voor talloze mensen meningen vormden. Voor velen gaf dat overigens een vorm van zekerheid en was er sprake van vertrouwen In veel landen is dat nog zo zonder dat er sprake is van verzuiling. Wij zijn al ver met respect opbrengen voor ieders
mening hoewel er nog steeds krachten zijn die meningen willen opdringen. Ook wij hebben nog een hele weg te gaan.

De Paus is naar Chili en Ierland geweest, heeft gesproken met slachtoffers. Hij heeft zijn medeleven betuigd. Toch blijft bij mij het gevoel hangen dat de geestelijk leiders zich wel willen bezig houden met de gevolgen maar veel te weinig aandacht hebben voor de oorzaken. Hierboven zijn er twee besproken maar er zijn er veel meer.

Piramidespel Hot icon

Piramidespel

Facebook is voor veel dingen leuk. Ik noem het altijd ‘gluren bij de buren’; ik verbaas me er nog altijd over wat mensen allemaal delen op social media.

De laatste tijd zijn de Piramide-constructies weer in opmars. Iemand meldt dat hij of zij slóten geld verdiend, alleen door een product of dienst aan de man te brengen en natúúrlijk kun je aansluiten en even rijk of zelfs nóg rijker worden. Wie begrijpt het niet? Waarschijnlijk degene die erin trappen. Ik ben geen econoom, verre van zelfs maar zelfs ík begrijp dat als ik een UNIEK product verkoop en ik er twaalf mensen bij zoek die exact hetzelfde product gaan verkopen, die op hun beurt ook allemaal weer twaalf mensen zoeken om hetzelfde product aan de man te gaan brengen, MIJN omzet daalt. Daar hoef je niet ver voor doorgeleerd te hebben, basisschool zou genoeg moeten zijn.

Je ziet de constructie in vele productgroepen terugkomen. Uiteindelijk is er maar één persoon die er schathemeltje rijk van wordt: de bedenker van het plan. Zoek maar eens op internet naar Piramidespel en de sites van Kassa en Radar geven een goed beeld van de onzin ervan. O ja, officieel mag het geen piramidespel genoemd worden maar ja als je dat woord niet in de mond neemt en overtuigend genoeg overkomt, trappen er altijd wel een paar goedgelovigen in.

Jàren geleden had ik schrik dat mijn o zo verstandige en boekhoudkundig zéér goed onderlegde echtgenoot in zo’n spelletje zou trappen. Hij werd door een kennis uitgenodigd voor een bijeenkomst. Dergelijke bijeen-komsten staan erom bekend dat er altijd iemand de hemel in geprezen wordt omdat diegene het volgende level heeft bereikt. Waarschijnlijk het level vóór de diepe afgrond maar dat zegt men er niet bij. Maar goed, manlief naar zo’n bijeenkomst, ik de hele avond met kromme tenen van de schrik op de bank. Hij komt thuis en zegt: “Schat, we gaan veel geld verdienen”. Ik dacht dat ik wat kreeg en wilde al beginnen te gillen dat hij gek geworden was maar hij was me voor: “Door niet mee te doen aan deze waanzin.” Mijn zucht van opluchting was tot vér in Friesland te horen denk ik.

Hij had een fantastische avond gehad, was goed in de watten gelegd met hapjes en drankjes (alles om ‘m mild te stemmen), er was flink op ‘m in gepraat maar hij had dapper standgehouden (net als de Romeinen) en zijn ‘nee’ werd uiteindelijk geaccepteerd. Hij was verbaasd over hoeveel mensen toch overstag waren gegaan. Mensen die alleen dollartekens zien, misschien niet slim genoeg zijn om het principe te begrijpen maar vooral mensen die door hun onwetendheid slachtoffer worden van slimme oplichters want – sorry dat ik het zeg – het zíjn oplichters die gebruik maken van andermans zwakte.

Zwerfafval Hot icon

Zwerfafval

18 bierblikjes
6 chipszakken
26 snoeppapiertjes
1 bus haarspray
6 aanstekers
7 plastic sap- en waterflesjes
4 sigarettenpakjes
2 vuilniszakken

De opbrengst van een uurtje zwerfafval ruimen in mijn eigen buurt. Om niet eens te spreken van de sigarettenpeuken, condooms, kauwgoms, inlegkruisjes, tampons, papiertjes met niet nader te benoemen viezigheid… die ik niet opraap omdat ik (nog) niet beschik over een afvalknijper. Wat een bende! Ik wandel vaak en verbaasde me steeds meer over de zooi die op straat, in de bermen en in de plantsoenen gesmeten wordt. Mijn vriendin vertelde me dat ze er vaak op uit trekt om te gaan ruimen, gewapend met een veiligheidsvestje, afvalzakken en een boodschappen-wagentje. In WVK-Nieuws las ik het verhaal van Frans Soetens, die zich al jaren bezighoudt met het verwijderen van zwerfvuil en het leegmaken van vuilnis- en hondenpoepbakken. Al met al verstouwt Frans veel rotzooi; hij heeft er een weektaak aan: Frans houdt heel Bladel schoon!

Eerder deze week besloot ook ik om écht een bijdrage te doen. Ik meldde me aan als ZAPper (ZwerfAfvalPakker) bij de gemeente, die vrijwilligers faciliteert met een uitrusting zoals een afvalknijper en een vuilniszak-houder. En ondertussen vraag ik me af of het initiatief om statie-
geld in te gaan voeren voor blikjes en plastic flesjes er werkelijk toe doet.
Het echte probleem wordt volgens mij gecreëerd door mensen die hun rotzooi op straat gooien. Statiegeld op snoeppapiertjes, sigarettenpakjes en chips zakken zal er echt niet van komen!

In Amsterdam worden al boetes uitgedeeld; zou dat de oplossing zijn? Blijkbaar zijn mensen er nog niet van doordrongen dat blikjes er 50 jaar over doen voordat ze uiteen vallen. Kauwgom 20 tot 25 jaar. Een sigarettenpeuk doet er 2 jaar over om te verdwijnen. Misschien interesseert het ze ook niet? Indrukwekkend vonden we in februari dit jaar de betogingen van jongeren voor het klimaat; ze kregen er zelfs vrij voor van school om te kunnen gaan demonstreren. Mooie en lovenswaardige initiatieven. Maar laten we vooral een start maken in onze eigen omgeving! Zooi in de prullenbakken en samen ruimen!

Tip: Op zaterdag 23 maart aanstaande is het Landelijke Opruim Dag. Ook
gemeente Bladel doet mee. Aanmelden voor deelname (en als ZAPper):

FOMO Hot icon

FOMO

We leven in een tijd waar we te pas en te onpas dingen met elkaar kunnen delen. Dat is niets nieuws, en het is ook verklaarbaar. Je bent op een leuk feestje, je hebt het naar je zin; dit moet iedereen weten! Dus je maakt een foto die je op Facebook plaatst. Nu kan iedereen zien dat jij het naar je zin hebt. Missie geslaagd! Wat iedereen met zijn saaie doordeweekse dinsdagavond doet moeten ze helemaal zelf weten, maar jij staat tenminste op een leuk feestje. Nou zij weer.

De volgende dag doet iemand anders precies hetzelfde. Terwijl jij met een dekentje op de bank zit – kop koffie, afstandbediening en chocola binnen handbereik – zie je zo’n kijk-mij-het-eens-naar-m’n-zin-hebben foto op Facebook voorbij komen. Dat had jij ook kunnen zijn! Jij had ook op een leuk feestje kunnen staan! In plaats daarvan zit je thuis, op de bank. Dat is stukken saaier dan een feestje. Verdorie, daar had je bij moeten zijn.

Tegenwoordig is daar een term voor: FOMO, wat staat voor ‘fear of missing out’ – bang zijn dat je iets leuks mist. Toen we nog geen social media hadden was dat niet zo’n probleem, maar nu iedereen alles deelt op Facebook ontkom je niet aan een overdaad aan leuke, niets-aan-de-hand-foto’s van vakanties of stap-avonden.

Je schrikt misschien als ik zeg je wekelijks voor FOMO zwicht. Hoe dan? Kijk maar eens naar de boekjes van supermarkten en winkels, die ieder weekend op je deurmat vallen. Wat een stuntprijzen! Je kunt ze voor dat geld toch niet laten liggen? Je zou wel gek zijn! Nou nee, je bent niet gek; je bent juist bang – bang dat je wat mist. Ook op sociale media kunnen bedrijven er wat van. Je wordt doodgegooid met acties en scherpe prijzen; dankzij gerichte marketing zie je ineens overal aanbiedingen voor Bali als je daar ook maar één keer naar hebt gezocht op je telefoon.

Een tijd geleden was het een halflege zak chips op het fietspad die mij aan het denken zette. Over hoe die stuntprijzen – wat schoolboek-voorbeelden van FOMO zijn – aanzetten tot het kopen van meer dan je eigenlijk nodig hebt, en hoe de lage prijzen ervoor zorgen dat we nonchalant over verspilling en excessen denken. Iedereen is een spil in het rad dat consumptiemaatschappij heet.

Waar ik mezelf eerst nog zag als iemand die vrij ongevoelig is voor aanbiedingen (ik koop alleen kleding als ik ernaar op zoek ga, niet als ik een uitverkoop mij wil prikkelen), kom ik er steeds meer achter dat ik er ook gewoon in trap. We doen er allemaal aan mee. Samen houden we de motor draaiende. Ik ben ook maar een mens, genetisch bepaald een kuddedier. We zijn bang om iets te missen, omdat we er dan niet bij horen. Of het nu een tube tandpasta of een nieuwe broek is; we zijn bang dat we wat missen als we niet meedoen.

Posts loader