Soms neem je dingen te veel als vanzelfsprekend aan. Bepaalde mensen in je leven bijvoorbeeld. Zo is er een man, bijna net zo oud als ik, waarmee ik vroeger nog in de box heb gelegen. Hij is er áltijd geweest. In de beginjaren van mijn leven woonde ik in een stad hier ver vandaan. Familie kwam niet dikwijls op bezoek maar van de bezoekjes die er waren, herinner ik me juist die waarbij hij aanwezig was. “Wa zèdde gullie toch aorrige eters, ge moet op ‘n kruk zitten en krègt soep ût een kumke”, ik hoor het hem nog zeggen. Al kon ik ‘m in die tijd niet verstaan omdat ik het accent niet goed kende.

We verhuisden naar Brabant en bijna dagelijks zag ik hem omdat voor hem de weg naar school langs mijn huis leidde. Als ik bij hem op visite kwam, dook ik zijn speelgoedkast in want hij had álle boeken van Suske en Wiske en dat vond ik interessant.

Nóg een paar jaren later gingen we dikwijls samen op stap; ‘toevallig’ hadden we lange tijd dezelfde vriendengroep. We dronken samen een biertje – ook vaak meer dan één – fietsten samen naar de kroeg of naar huis, waarbij vermeld moet worden dat ik dan standaard buiten adem aankwam want hij heeft een íets ander fietstempo dan ik. We huilden bij elkaar uit als er een verkering uitging, vierden samen dat we de ware gevonden hadden en begrepen elkaar dikwijls zonder woorden.

Op de uitvaart van mijn moeder, speelde hij op mijn verzoek op gitaar, ook al is dat niet zijn favoriete plaats om muziek te maken maar hij weet hoe troostend muziek kan zijn. Drie jaar later deed hij hetzelfde voor me toen we afscheid moesten nemen van mijn vader. Weer waren daar de mooie klanken van zijn instrument, die het verdriet een klein
beetje verzachtten.

We lopen de deur niet bij elkaar plat maar weten elkaar wel altijd te vinden bij heuglijke en minder heuglijke gebeurtenissen. Zo mocht ik hem helpen bij de totstandkoming van zijn boek en helpt hij mij met kritisch commentaar op mijn schrijfsels (“weer een dt-foutje gevonden, Naat”, mailt ie met enige regelmaat en met een zweem van sarcasme in zijn pen).

Kort geleden heeft hij zich bij mij onsterfelijk geliefd gemaakt. Hij heeft een lied geschreven, speciaal voor mijn vader en dat heeft me geraakt tot in het diepst van mijn ziel. Hij wist niet dat het precies een jaar na het overlijden van mijn vader was, dat hij het liet horen. Toeval bestaat niet, zeggen ze wel. Ik heb niet veel met data en was die dag niet meer of minder verdrietig om het verlies maar toen hij het nummer speelde, kwam dat zó diep binnen, dat de dag een gouden randje kreeg.

Wat hebben sommige mensen het leven toch goed begrepen!